De gemeente Amsterdam helpt op het moment van schrijven meer buitenlandse daklozen met vrijwillige terugkeer naar hun land van herkomst. Het gaat vooral om mensen zonder recht op opvang die buiten slapen in stadsdeel Centrum en rond stations zoals Sloterdijk en Amstel. De gemeente regelt dan een reis en begeleiding via partners. Zo wil het stadsbestuur de druk op de opvang verlagen en de overlast op straat beperken.
Gemeente stuurt op terugkeer
Amsterdam biedt buitenlandse daklozen zonder opvangrecht een traject voor vrijwillige terugkeer. Zij krijgen een treinkaartje of vlucht en hulp bij contact met familie of lokale instanties in het land van herkomst. De uitvoering loopt via organisaties als de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en maatschappelijke opvang zoals het Leger des Heils en HVO-Querido. Wethouder Rutger Groot Wassink (op het moment van schrijven verantwoordelijk voor vluchtelingen en ongedocumenteerden) benadrukt dat terugkeer alleen met instemming gebeurt.
In de praktijk gaat het vaak om EU-burgers die geen werk of zorgverzekering hebben en daardoor geen recht op langdurige opvang. Zij worden op straat aangesproken door de GGD en straatteams, die uitleg geven over keuzes en rechten. Wie wil, kan doorstromen naar terugkeerbegeleiding. Wie wel perspectief op werk heeft, krijgt juist hulp bij inschrijving, documenten en zorg.
De aanpak is zichtbaar in stadsdeel Centrum, rond de Wallen en de Westelijk Havengebied-omgeving, waar veel buitenslapers verblijven. Ook in Oost bij het Oosterpark en rond Amstelstation spreken straatteams actief mensen aan. In Nieuw-West en Zuidoost werken wijkteams samen met buurtwerk en politie. Zo probeert de gemeente per locatie maatwerk te leveren.
“Vrijwillige terugkeer betekent dat iemand zelf instemt met vertrek en hulp krijgt bij reis en herstart.”
Opvangdruk dwingt tot keuzes
De maatschappelijke opvang in Amsterdam zit al langere tijd vol. Noodbedden en nachtopvang in onder meer Centrum en West raken snel bezet, zeker in koude perioden. Dit zorgt voor lastige keuzes voor het college van B en W en de Dienst Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Prioriteit gaat naar Amsterdammers met zorgindicatie, gezinnen en mensen met directe veiligheidsrisico’s.
De stad zegt dat vrijwillige terugkeer nodig is om de opvang toegankelijk te houden. Reizigers zonder binding met Amsterdam, zoals kortverblijfzoekers of seizoenswerkers zonder inkomen, krijgen daarom vaker het terugkeertraject aangeboden. Daarmee wil de hoofdstad het aantal buitenslapers verminderen en de druk op hulpverlening verlichten. Voor mensen met medische of psychische problemen wordt eerst zorg geregeld via de GGD.
Voor bewoners en ondernemers in het centrum moet dit leiden tot rustiger straten en minder noodsituaties. Rond Centraal Station en de red-lightzone klagen omwonenden al langer over slaapplaatsen in portieken. Ook in De Pijp en de Jordaan melden winkeliers vroeg in de ochtend rommel en onveiligheidsgevoelens. De gemeente koppelt de terugkeerregeling aan extra schoonmaak en toezicht.
EU-rechten bepalen opvangkeuze
EU-burgers hebben recht om in Nederland te verblijven als zij werken, studeren of voldoende eigen middelen hebben. Zonder dat recht is de toegang tot gemeentelijke opvang beperkt. De stad biedt dan hooguit tijdelijk “bed, bad, brood” en begeleiding naar een duurzaam perspectief. Dat kan werk en zorg in Amsterdam zijn, of terugkeer als er geen uitzicht is op inkomen en huisvesting.
Voor niet-EU-onderdanen zonder verblijfsrecht loopt begeleiding via de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV). De LVV is een proef van Rijk en gemeenten met tijdelijke opvang en trajecten richting verblijf, doorreis of terugkeer. In Amsterdam werken WPI, GGD, DT&V en hulporganisaties hierin samen. Doel is een oplossing die past bij iemands juridische situatie en gezondheid.
De gemeente legt uit dat “vrijwillig” betekent dat iemand zelf kiest en ondersteunt wordt. Tegelijkertijd wijst de stad op de grenzen van wat lokaal kan. Gemeentelijke diensten mogen geen verblijfsrecht verlenen en kunnen opvang niet onbeperkt uitbreiden. Daarom weegt de juridische positie van iemand altijd mee in de uitkomst.
Toezicht en hulp op straat
In stadsdeel Centrum en Oost werken BOA’s, politie en de GGD samen in straatteams. Zij spreken mensen aan bij stations, in parken en drukke winkelstraten. Wie buiten slaapt, krijgt eerst een veiligheids- en zorgcheck. Daarna volgt een aanbod: een bed voor een nacht, medische hulp, of een gesprek over werk of terugkeer.
Bij herhaald buitenslapen kan de gemeente handhaven op slapen op verboden plekken of vervuiling, vooral rond Damrak, Weesperplein en het Vondelpark. Tegelijk organiseert De Regenboog Groep dagopvang en inloop, waar mensen kunnen douchen en advies krijgen. Deze combinatie van zorg en handhaving moet zowel hulp bieden als overlast beperken. Wijkteams delen informatie via het Zorg- en Veiligheidshuis, dat complexe casussen coördineert.
Rond station Sloterdijk en in de Houthavens test de gemeente extra vroege ochtendrondes. Doel is om groepen snel in beeld te krijgen en escalatie te voorkomen. In Zuidoost werken buurtvaders en jongerenwerkers mee aan gesprekken op straat. Zo sluit de aanpak beter aan op de lokale situatie per buurt.
Gevolgen voor stad en buurt
Voor Amsterdammers betekent de koers dat de buitenruimte schoner en rustiger moet worden, vooral in het centrum. Ondernemers in de binnenstad hopen op minder slaapplaatsen in portieken en minder noodhulp voor hun deur. Buurtbewoners in Oost en West vragen tegelijk aandacht voor menswaardige opvang en goede nazorg. De gemeenteraad volgt de effecten via kwartaalrapportages over veiligheid en zorg.
Voor buitenlandse daklozen zonder opvangrecht verandert vooral het eerste gesprek aan de poort. Zij krijgen sneller duidelijkheid: óf ondersteuning richting werk en papieren, óf begeleiding bij terugkeer. Wie twijfelt, kan terecht bij inlooplocaties voor meer informatie en bedenktijd. Medische en geestelijke zorg gaan altijd voor, aldus de GGD.
De gemeente zegt te blijven investeren in preventie, zoals schuldenhulp en bemiddeling op de werkvloer voor arbeidsmigranten. WPI-loketten in alle stadsdelen wijzen nieuwkomers op inschrijving, zorgverzekering en taallessen. Zo wil Amsterdam nieuwe dakloosheid voorkomen. Tegelijk blijft vrijwillige terugkeer een belangrijk instrument als er geen basis is voor verblijf in de stad.

