De gemeente Amsterdam heeft deze week twee activisten onderscheiden voor hun inzet tegen blackface in de Sinterklaastraditie. Het gaat om hun langdurige werk om de intocht en schoolvieringen inclusiever te maken. De erkenning werd in Amsterdam uitgereikt als waardering voor sociale verandering in de stad. Het stadsbestuur wil dat alle kinderen zich welkom voelen tijdens het feest.
Stedelijke onderscheiding voor activisten
De twee activisten kregen een stedelijke onderscheiding voor hun bijdrage aan een inclusieve Sinterklaasviering. Zij zetten zich al jaren in tegen Zwarte Piet en voor roetveegpieten. Hun acties en gesprekken met organisaties in de stad versnelden de omslag. De gemeente geeft met de onderscheiding aan dat dit werk zichtbaar en waardevol is.
Stedelijke onderscheidingen worden in Amsterdam toegekend aan mensen die zich bijzonder inzetten voor de samenleving. De toekenning wordt door het college van B en W vastgesteld en door de burgemeester bekrachtigd. Burgemeester Femke Halsema vervult die rol namens de stad. Zo benadrukt de gemeente de betekenis van vrijwilligerswerk en activisme in het publieke leven.
In Amsterdam spelen organisaties als Kick Out Zwarte Piet en The Black Archives al jaren een rol in dit debat. Zij organiseren campagnes, gesprekken en tentoonstellingen over racisme en traditie. Dat heeft bijgedragen aan meer bewustzijn bij bewoners en instellingen. De onderscheiding sluit aan bij die ontwikkeling in de hoofdstad.
Amsterdam stuurt op inclusie
De gemeente werkt aan een breder plan tegen discriminatie en uitsluiting. Dit beleid richt zich op onderwijs, evenementen en het publieke debat. Stadsdelen en gemeentelijke diensten ondersteunen scholen, sportclubs en organisatoren met praktische richtlijnen. Het doel is: vieren zonder stereotypering, in alle buurten.
Bij evenementen in de openbare ruimte gelden duidelijke afspraken. Organisaties die subsidie of een vergunning vragen, moeten laten zien hoe zij inclusie vormgeven. Dat geldt ook voor de Sinterklaasintochten in de stad, van Centrum tot Nieuw-West. Zo is voor iedereen duidelijk waar de gemeente op stuurt.
Op het moment van schrijven bereidt stadsdeel Centrum samen met Stichting Sinterklaas Amsterdam de komende intocht voor. Daarbij wordt gewerkt met roetveegpieten en diverse publiekscommunicatie. Ook vrijwilligers krijgen instructie over kleding, schmink en taalgebruik. Zo blijft de sfeer herkenbaar en toch voor iedereen prettig.
Intocht in centrum verandert
De Amsterdamse intocht door het centrum is de afgelopen jaren stap voor stap aangepast. Op en rond de Amstel, het Rokin en de Dam zijn de pieten nu roetveegpieten. Muziek, kostuums en acts sluiten beter aan bij de diverse stad. Bezoekers merken dat de toon vriendelijker en rustiger is voor kinderen.
Stichting Sinterklaas Amsterdam, die de grote intocht organiseert, werkt met duidelijke huisregels. Ondernemers en vrijwilligers langs de route worden vooraf geïnformeerd. Zo ontstaat minder ruimte voor misverstanden of incidenten. De politie en handhavers letten vooral op doorstroming en veiligheid.
Veel gezinnen waarderen dat de intocht toegankelijker voelt. Tegelijk zijn er bewoners die moeite hebben met verandering. Buurthuizen en stadsdelen organiseren daarom gesprekken over traditie en vernieuwing. Dat helpt om elkaar te begrijpen en spanningen te voorkomen.
Reacties uit stadsdelen
In Zuidoost, Nieuw-West en Noord zijn eigen intochten, vaak op pleinen als het Bijlmerplein, Plein ’40-’45 en het Buikslotermeerplein. Ook daar kiezen organisatoren steeds vaker voor roetveegpieten. Stadsdelen ondersteunen met communicatie en vergunningen. Het uitgangspunt is overal hetzelfde: een feest zonder uitsluiting.
Winkeliersverenigingen zien dat een rustige, vriendelijke intocht goed is voor de buurt. Ouders geven aan dat kinderen zich beter herkennen in de pieten. Sommige bewoners vragen om extra uitleg over de veranderingen. De stadsdelen bieden daarom informatie via nieuwsbrieven en sociale media.
Er is extra aandacht voor bereikbaarheid en drukte. Openbaar vervoer en verkeersregelaars worden op piekmomenten ingezet. Zo blijft de binnenstad en de wijk rond de intocht goed bereikbaar. Dat is belangrijk voor zowel bezoekers als ondernemers.
Wat verandert voor scholen
Veel Amsterdamse basisscholen en kinderopvanglocaties passen hun Sinterklaasviering aan. Ze gebruiken neutrale of roetveegpieten en letten op taal en decoratie. Schoolbesturen krijgen daarbij handvatten via de gemeentelijke aanpak tegen discriminatie. Zo wordt het schoolfeest veilig en herkenbaar voor alle kinderen.
De Dienst Onderwijs van de gemeente wijst scholen op voorbeelden en lesmateriaal. Leerkrachten bespreken vooraf met ouders hoe de viering eruitziet. Dat voorkomt verrassingen in de klas. Het helpt ook om een open gesprek te voeren over tradities en verandering.
Scholen in stadsdelen met veel jonge gezinnen, zoals Oost en Nieuw-West, vragen vooral om praktische tips. Denk aan liedjeskeuze en toneeltjes zonder stereotypering. Met kleine aanpassingen blijft de sfeer vrolijk en vertrouwd. Zo ontstaat een duurzame oplossing voor de hele stad.
Kosten en organisatie intocht
De grote intocht in het centrum wordt georganiseerd door Stichting Sinterklaas Amsterdam. De gemeente ondersteunt met subsidie, vergunningen en veiligheid. In de wijken werken lokale stichtingen en verenigingen samen met de stadsdelen. Dat zorgt voor maatwerk per buurt.
Bewoners met vragen of meldingen over discriminatie kunnen terecht bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA). Organisatoren kunnen trainingen en advies krijgen via de gemeente en partners. Zo blijft kennis beschikbaar, ook voor kleinere evenementen. Dat helpt om beleid en praktijk bij elkaar te brengen.
“De intocht moet een feest zijn voor álle kinderen in Amsterdam.”
Met de onderscheiding laat de hoofdstad zien welke richting het op wil. Inclusie is geen bijzaak, maar onderdeel van hoe de stad feesten organiseert. Voor bewoners verandert er weinig aan de gezelligheid, wel aan de vorm. Het resultaat: een Sinterklaasfeest waarin iedereen zich thuis kan voelen.

