Amsterdam verzet zich, samen met Rotterdam, Den Haag en Utrecht, tegen het strafbaar maken van illegaal verblijf. De vier gemeenten stellen dat deze maatregel in de stad averechts werkt en de veiligheid juist kan schaden. Zij vragen het kabinet om eerst te investeren in opvang, begeleiding en terugkeer. Het standpunt is deze week gedeeld met Den Haag door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders.
Gemeente Amsterdam wijst strafbaarstelling illegaal verblijf af
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vindt het strafbaar stellen van illegaal verblijf onwenselijk en onuitvoerbaar in de hoofdstad. Wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks, op het moment van schrijven verantwoordelijk voor Asiel en Migratie) stelt dat straf niet leidt tot oplossingen. De gemeente zegt dat begeleiding naar terugkeer of verblijfspapieren beter werkt. Het plan verschuift volgens de stad vooral lasten naar politie en zorg.
Strafbaarstelling betekent dat verblijf zonder geldige papieren een overtreding wordt met boetes of aanhouding tot gevolg. Dat vraagt extra inzet van Politie Amsterdam, die nu al kiest voor prioriteit bij veiligheidsrisico’s en criminaliteit. De stad vreest dat aangiftebereidheid daalt als mensen bang zijn voor straf. Daardoor kan de aanpak van uitbuiting en mensenhandel moeilijker worden.
Amsterdam werkt sinds jaren met opvang en begeleiding voor ongedocumenteerden. Daarbij is de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) een belangrijke pijler; dit is een landelijke proef met opvang en maatwerk om te komen tot terugkeer of perspectief in Nederland. De gemeente zegt dat deze aanpak rust en overzicht geeft. Strafrecht gaat daar volgens de stad doorheen lopen.
Ook in de uitvoering verwacht de hoofdstad problemen. Gemeentelijke loketten, zoals zorg en schuldhulp, raken moeilijker bereikbaar als mensen zorg gaan mijden. Dat vergroot gezondheidsrisico’s en kan zorgen voor onnodige escalaties op straat. De gemeente wil juist vroegtijdig hulp bieden om overlast en misstanden te voorkomen.
G4-steden vrezen meer onveiligheid en zorgmijding
De vier grote gemeenten stellen dat strafbaarstelling mensen ondergronds duwt. Wie geen papieren heeft, zal minder snel naar de huisarts, GGD Amsterdam of hulpverlening stappen. Daardoor nemen gezondheidsrisico’s toe, bijvoorbeeld bij infectieziekten of psychische problemen. Dat raakt ook buurtbewoners en ondernemers.
De steden wijzen erop dat slachtoffers en getuigen zonder verblijfsrecht nu al drempels ervaren bij het doen van aangifte. Met strafbaarstelling verwachten zij nog minder meldingen bij Politie Amsterdam. Daardoor kan uitbuiting in sectoren als schoonmaak of bouw lastiger worden opgespoord. Criminelen krijgen zo meer ruimte.
Daarnaast leidt extra toezicht tot hogere kosten en druk op gemeentelijke diensten. Handhaving en opvang komen in de knel, terwijl personeel schaars is. De steden vragen het kabinet daarom om door te bouwen op bewezen trajecten. Eerst investeren in begeleiding en terugkeer, pas daarna nieuwe regels overwegen.
De G4 pleiten voor duidelijke afspraken met het Rijk over taken en middelen. Zonder structurele financiering schuift het probleem door naar de gemeentelijke begroting. Dat zet andere voorzieningen onder druk, zoals jeugdzorg en wijkteams. De steden willen voorkomen dat die keuze moet worden gemaakt.
Wethouder Rutger Groot Wassink waarschuwt voor gevolgen
Wethouder Rutger Groot Wassink noemt strafbaarstelling een maatregel met grote nevenschade. Hij wijst op het risico dat mensen verdwijnen uit beeld van hulpverleners. Dat belemmert trajecten naar terugkeer of legaal verblijf. Uiteindelijk wordt zo niemand geholpen, zegt de wethouder in zijn toelichting.
De wethouder werkt in Amsterdam samen met partners als GGD Amsterdam, VluchtelingenWerk Nederland en buurtteams. Doel is om maatwerk te bieden: van juridische begeleiding tot zorg en, waar mogelijk, vrijwillige terugkeer. Die aanpak kost tijd en vraagt vertrouwen van de betrokkenen. Strafrecht verkleint dat vertrouwen.
In de Gemeenteraad Amsterdam is eerder steun uitgesproken voor humane opvang en de LVV-aanpak. De wethouder wil die lijn vasthouden en breder uitrollen waar dat kan. Hij vraagt het kabinet om samen te werken aan realistische doelen. Daarbij hoort ook versnelling bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en terugkeerorganisatie DT&V.
Groot Wassink wil het signaal van de G4 via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) versterken. Zo ontstaat een gezamenlijke lobby richting Den Haag. De wethouder benadrukt dat steden het beleid uiteindelijk moeten uitvoeren. Dan moet het ook uitvoerbaar en effectief zijn.
Impact op Amsterdamse opvang en straatzorg
In Amsterdam maken ongedocumenteerden gebruik van basisvoorzieningen, vaak via partners van de gemeente. Denk aan een huisarts, noodopvang en daghulp. GGD Amsterdam biedt daarnaast test- en behandelprogramma’s die belangrijk zijn voor de volksgezondheid. Strafbaarstelling kan deze toegang ondermijnen.
Als mensen zorg mijden, groeien problemen door tot crisissituaties. Dat leidt tot duurdere spoedzorg en meer druk op straatteams. Hulpverleners verliezen het contact, terwijl juist dat contact nodig is voor begeleiding naar terugkeer. De stad wil die lijn vasthouden.
Ook voor organisaties als Dokters van de Wereld en Leger des Heils in de hoofdstad wordt het werk lastiger. Hun spreekuren draaien op vertrouwen en bereikbaarheid. Als dat verdwijnt, vallen mensen tussen wal en schip. Buurtbewoners zien daar de gevolgen van in de wijk.
De gemeente wijst bovendien op effect voor arbeidsuitbuiting. Wie bang is voor straf, stapt minder snel naar instanties. Malafide werkgevers profiteren daarvan. Voorlichting en handhaving blijven daarom essentieel, juist in samenwerking met Politie Amsterdam.
Kabinet wil illegaliteit weer strafbaar stellen
Het kabinet werkt aan een voorstel om verblijf zonder verblijfsrecht opnieuw strafbaar te maken. Zo’n poging lag eerder op tafel, maar werd jaren geleden niet doorgezet. Doel is volgens voorstanders om terugkeer te stimuleren en irreguliere migratie te ontmoedigen. De exacte invulling is op het moment van schrijven nog niet openbaar.
Voordat een wet ingaat, volgt advies van de Raad van State en debat in de Tweede en Eerste Kamer. Dat kost tijd en kan leiden tot aanpassingen. Gemeenten vragen daarom om vroegtijdige afstemming over uitvoering en middelen. Zonder die afspraken ontstaat er beleid op papier dat in de praktijk vastloopt.
De G4 vragen het Rijk om de LVV-proef structureel te maken en uit te breiden. Daarin werken gemeenten, Rijk en maatschappelijke organisaties al samen. De kern is maatwerk per persoon: terugkeer waar het kan, perspectief waar het mag. Steden zien daarin meer resultaat dan in strafrecht alleen.
Ook versnelling bij asiel- en verblijfsprocedures blijft cruciaal, stellen de gemeenten. Lange wachttijden vergroten onzekerheid en kosten. Snellere beslissingen helpen bij doorstroom en terugkeer. Dat scheelt druk op opvang en straatzorg in de stad.
Amsterdammers merken voorlopig geen directe veranderingen
Voor inwoners en ondernemers verandert er nu niets. Zolang er geen nieuwe wet is, blijft de huidige aanpak in Amsterdam gelden. Politie Amsterdam richt zich op veiligheid en misdaadbestrijding. Hulpverlening en GGD Amsterdam blijven toegankelijk.
Amsterdammers met vragen kunnen terecht bij Buurtteam Amsterdam, GGD-voorzieningen en juridische loketten. Ook organisaties als VluchtelingenWerk Nederland helpen met informatie. Ondernemers hebben geen meldplicht over verblijfsstatus van klanten of bezoekers. Schoolgang van kinderen blijft gewoon gewaarborgd via de leerplicht.
De gemeente zegt tijdig te communiceren als landelijke regels veranderen. Informatie komt dan via amsterdam.nl en wijkkanalen. Tot die tijd ligt de nadruk op begeleiding, zorg en waar mogelijk terugkeer. De stad wil daarmee problemen voorkomen en veiligheid in de wijken borgen.
De komende weken blijven Amsterdam en de andere grote steden in gesprek met het Rijk. Doel is om uitvoerbare afspraken te maken die werken op straat én in de spreekkamer. Amsterdammers horen meer zodra er een wetsvoorstel ligt. Tot die tijd verandert er in de praktijk niets.

