De gemeente Amsterdam houdt deze zomer meerdere crisisnoodopvanglocaties paraat voor asielzoekers, waaronder de Havenstraat in Amsterdam-Zuid. Dat gebeurt omdat de instroom in Nederland sinds 2023 is toegenomen, ook van Palestijnse aanvragers. COA en IND vragen gemeenten om extra bedden waar mogelijk. Wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks), verantwoordelijk voor Asiel en Vluchtelingen, stemt daarop de lokale opvangcapaciteit af.
Amsterdam houdt noodopvang open in Zuid
De noodopvang aan de Havenstraat in Amsterdam-Zuid blijft beschikbaar voor tijdelijke plaatsing. De locatie wordt ingezet als het in Ter Apel en omliggende COA-centra te vol is. Het gaat om sobere opvang met basisvoorzieningen en begeleiding op de locatie. De maatregel voorkomt dat mensen zonder bed op straat belanden.
De gemeente Amsterdam beheert de gebouwen en zorgt voor beheer en toezicht. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wijst plaatsen toe en regelt de dagelijkse opvang. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist over het asielverzoek. Zo werken rijk en gemeente samen om pieken in de instroom op te vangen.
Wethouder Rutger Groot Wassink (op het moment van schrijven verantwoordelijk voor deze portefeuille) laat de capaciteit aansluiten op de landelijke vraag. De hoofdstad zet opvangplekken alleen in zolang dat nodig is. Buurtbewoners worden via brieven en bijeenkomsten geïnformeerd over wijzigingen. Eventuele overlast wordt gemonitord door de gemeente en Politie Amsterdam.
Palestijnse instroom zichtbaar bij COA
Sinds het najaar van 2023 vragen meer Palestijnen asiel aan in Nederland. Zij melden zich eerst bij Ter Apel en stromen daarna door naar COA-locaties verspreid over het land. Amsterdam krijgt hiervan een deel in de crisisnoodopvang te zien. De gemeente maakt bij opvang geen onderscheid naar nationaliteit.
Er gaan online berichten rond dat mensen uit Griekenland “worden doorgestuurd” naar Nederland. In de praktijk reizen mensen binnen de EU vaak zelf door. Er is geen regeling waarbij Griekenland asielzoekers naar Amsterdam overplaatst. Wie asiel aanvraagt in Nederland valt onder Nederlandse procedures via de IND.
Het Dublin-systeem bepaalt welk EU-land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Overdracht aan een ander land kan alleen na een individueel besluit en als opvang daar verantwoord is. Dat is iets tussen de IND en het ontvangende land. De gemeente Amsterdam voert vervolgens de opvangopdracht uit die daaruit volgt.
Zuidoost en Westpoort houden plekken achter de hand
Naast Zuid houdt de gemeente ook in Amsterdam-Zuidoost en in het Westelijk Havengebied (Westpoort) tijdelijke locaties paraat. Het gaat om leegstaande kantoren of panden die snel in te richten zijn. Deze plekken zijn bedoeld voor kort verblijf tot er COA-plaats is. Het gebruik wisselt mee met de landelijke druk op de opvang.
Bij inzet gelden huisregels, begeleiding en beveiliging. Buurtteams en vrijwilligersorganisaties helpen met praktische zaken, zoals taallessen en zorgtoeleiding. Kinderen krijgen, waar nodig, toegang tot onderwijs via scholen in de wijk. Zo probeert de gemeente de impact op de buurt te beperken en bewoners te ondersteunen.
Reizigers en omwonenden merken vooral extra loop- en fietsbewegingen rond de locaties. Verkeersmaatregelen zijn meestal niet nodig. Als dat wel zo is, worden buurt en GVB vooraf geïnformeerd. De gemeente bewaakt rusttijden en maximale bezetting per pand.
IND en COA bepalen doorstroom, niet Amsterdam
De toelating en beoordeling van asielaanvragen ligt bij de IND. Het COA beslist waar iemand tijdelijk wordt opgevangen. De gemeente Amsterdam levert gebouwen en zorgt voor beheer, veiligheid en zorgtoeleiding. Daarmee voert de stad landelijke besluiten uit.
De gemeenteraad Amsterdam controleert het lokale beleid rond opvanglocaties. Bij het openen of verlengen van een crisislocatie moet het college onderbouwen waarom dat nodig is. Informatie over duur, capaciteit en begeleiding wordt gedeeld met de raad en de buurt. Zo blijft het proces bestuurlijk en maatschappelijk toetsbaar.
Landelijk beleid is in beweging, zoals bij de Spreidingswet. Die wet regelt de verdeling van opvangplekken over gemeenten, maar de toekomst ervan is politiek onderwerp van debat. Amsterdam past zich aan binnen de ruimte die het Rijk biedt. Voor bewoners verandert er niets aan rechten of plichten in de eigen buurt.
Wat dit betekent voor Amsterdammers
Inwoners rond opvanglocaties zien soms meer activiteit in de straat. Voor vragen of meldingen kunnen zij terecht bij de gemeente of de locatiemanager. Bij urgente overlast is de Politie Amsterdam aanspreekpunt. De gemeente stimuleert ook buurtcontact, bijvoorbeeld via inloopmomenten in het stadsdeel.
Voor ondernemers verandert er weinig. Leveringen en openingstijden blijven gelijk, tenzij er tijdelijk verkeersregie nodig is. De gemeente kondigt zulke maatregelen vooraf aan. Evenementen in de buurt worden afgestemd met het stadsdeel.
Voor de mensen in opvang gelden dezelfde basisregels als voor iedere Amsterdammer: respect voor buren, rusturen en de openbare ruimte. De gemeente zet in op een ordelijke, sobere en veilige opvang. Daarmee blijft de hoofdstad beschikbaar als vangnet wanneer de landelijke instroom piekt. En blijft de dagelijkse leefbaarheid in de wijken voorop staan.

