• Home
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Amsterdam houdt rem op datacenters: alleen groei die iets oplevert
  • maart 29, 2026

Nederland krijgt de komende tijd zeven grote datacenters. Dat roept in Amsterdam vragen op over ruimte, energie en warmtegebruik. De gemeente Amsterdam houdt daarom de rem op nieuwe vestigingen in de stad. De inzet: alleen groei waar dat past en iets oplevert voor bewoners en bedrijven.

Gemeente Amsterdam houdt rem op datacenters

Amsterdam zette in 2019 een bouwpauze in voor datacenters en schakelde daarna over op strengere regels. Nieuwe plannen zijn alleen mogelijk op aangewezen plekken en onder voorwaarden, zoals zuinig energiegebruik en het leveren van restwarmte. Zo wil de hoofdstad schaarse ruimte en stroom vooral inzetten voor woningen en maatschappelijke voorzieningen.

Wethouder Alexander Scholtes (D66), met de portefeuille Digitale Stad, stuurt op “eerst de basis op orde” bij energie en netcapaciteit. Dat betekent dat bedrijven meer moeten onderbouwen waarom een nieuw datacenter in de stad nodig is. Grote datadozen op zichtlocaties of in dichtbebouwde buurten zijn niet aan de orde.

Projecten die wel kans maken, worden vooral gezocht in bestaande clusters zoals het Science Park in Amsterdam-Oost en delen van Amsterdam-Zuidoost. Een omgevingsvergunning is daarbij verplicht; dat is de vergunning die nodig is om te mogen bouwen en gebruiken volgens de Omgevingswet. Bij de beoordeling weegt de gemeente duurzaamheid en het gebruik van restwarmte nadrukkelijk mee.

Haarlemmermeer blijft grootste datacenterhub

De meeste grote datacenters in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) staan in de gemeente Haarlemmermeer, rond Schiphol. Ook daar gelden strengere vestigingsregels, maar de bestaande bedrijventerreinen blijven een belangrijk cluster. Voor Amsterdamse ondernemers is dat relevant: veel IT-infrastructuur voor de stad staat net over de gemeentegrens.

Landelijk beleid stuurt hyperscale-datacenters – de allergrootste typen – naar aangewezen locaties zoals Eemshaven (Groningen) en de Wieringermeer (Noord-Holland). Daardoor komen de grootste nieuwkomers niet in Amsterdam zelf. Middelgrote en colocatie-datacenters voor bedrijven en cloudaanbieders blijven vooral in de MRA.

Voor de digitale economie in de regio is er dus capaciteit, maar minder verspreid over de stad. Bedrijven in Amsterdam blijven via glasvezel en knooppunten zoals AMS-IX op het Science Park verbonden met deze hubs. Reistijd van personeel en logistiek blijven wel punt van aandacht.

Zeven nieuwe grote datacenters staan landelijk in de planning, op het moment van schrijven.

Netcongestie remt groei in Noord-Holland

Een belangrijk knelpunt is netcongestie: het stroomnet zit vol en nieuwe aansluitingen vragen tijd. Netbeheerder Liander en hoogspanningsbeheerder TenneT werken aan uitbreiding, maar wachttijden raken ook Amsterdam en Haarlemmermeer. Daardoor schuiven geplande ICT- en verduurzamingsprojecten soms op.

Voor nieuwe datacenters in de regio is het krijgen van een stevige aansluiting nu vaak het grootste risico. De gemeente Amsterdam kijkt samen met Liander naar slimme oplossingen, zoals piekvermindering en lokale opwek. Ook tijdelijke oplossingen, zoals batterijopslag, komen in beeld, maar lossen het structurele probleem niet op.

Bedrijven die willen uitbreiden doen er goed aan vroegtijdig capaciteit aan te vragen en scenario’s door te rekenen. Dat geldt op bedrijventerreinen in Amsterdam-Zuidoost, Westpoort en rond het Science Park. Zonder extra netruimte krijgen ook woningbouw en laadinfra te weinig stroom.

Restwarmte naar Amsterdamse warmtenetten

Amsterdam wil dat datacenters hun restwarmte leveren aan een warmtenet, waar dat technisch kan. Een warmtenet is een leidingnet waarmee warmte naar woningen en bedrijven wordt gebracht. Zo kan de stad gasverbruik en CO2-uitstoot verlagen.

Rond het Science Park (Amsterdam-Oost) en in delen van Zuidoost bekijkt de gemeente met energiebedrijven en woningcorporaties wat haalbaar is. Datacenters leveren relatief lage temperatuurwarmte, waarvoor warmtepompen nodig zijn om het geschikt te maken voor woningen. Dat vraagt extra investeringen in het net en in installaties in gebouwen.

Als projecten doorgaan, kan dit duizenden woningen van duurzame warmte voorzien en piekbelasting op het stroomnet verminderen. Voor buurtbewoners betekent het mogelijk een schonere en stabielere warmtebron. Voor exploitanten kan warmteverkoop helpen om te voldoen aan duurzaamheidsnormen en businesscases te verbeteren.

Wat dit betekent voor Amsterdammers

Bewoners zullen in Amsterdam-Centrum, West en Zuid weinig nieuwe grote datacenters zien verschijnen. De nadruk ligt op bestaande clusters en op inpassing met duidelijke meerwaarde, zoals warmte voor de wijk. Plannen zijn openbaar te volgen via de vergunningenpublicaties van de gemeente Amsterdam.

Ondernemers en IT-afdelingen in de stad houden toegang tot regionale datacenters, maar moeten rekening houden met langere doorlooptijden en hogere eisen. Vroege afstemming met leveranciers en netbeheerder voorkomt vertraging. Voor specifieke eisen, zoals AI-rekenkracht, kan uitwijken naar landelijke hyperscale-locaties nodig zijn.

Bestuurlijk blijft dit onderwerp hoog op de agenda van het college van burgemeester en wethouders en de Gemeenteraad Amsterdam. De balans tussen energie, ruimte, economie en woonopgaven blijft leidend. Voor nu geldt: groei is mogelijk, maar alleen zorgvuldig en op de juiste plek.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>