Amsterdam is geen Texas. We hebben geen tuin zo groot als een parkeerplaats en geen pickup met een rookmachine erop. Wat we wel hebben: een balkonnetje, een postzegeltuin of een dakterras dat net groot genoeg is om er met drie man op te staan. En daar kun je verrassend veel mee. Want goed barbecueën draait om aandacht, rust en timing, niet om de hoeveelheid vierkante meters.
Een vriendelijke vooraankondiging
Het eerste wat ik mensen in de stad meegeef: kies de juiste BBQ voor je plek. Heb je een balkon? Dan is een kleine kamado, een compacte kogel-BBQ of een kleine gasbarbecue vaak een gouden zet. Ze houden de hitte goed vast, gebruiken weinig kolen en geven dat échte vuur gevoel. Ik ben zelf grote fan van werken met een kamado omdat je er moeiteloos van low & slow naar direct grillen schakelt. Op de pagina kamado recepten vind je een hele lijst inspiratie om mee te starten.
Heb je geen balkon maar wel een dakterras of binnentuin? Check altijd even de regels van je vereniging en de buren. Een vriendelijke vooraankondiging (“hee, ik ga zaterdag het vuur aansteken, lust je een biertje?”) doet vaak meer voor de buurt vrede dan welke afzuigkap dan ook.
Het spreekt voor zich, dat je op een mini-balkon niet gaat barbecueën. Deze kaart van Gemeente Amsterdam geeft extra duidelijkheid over waar je niet gaat barbecueën: https://maps.amsterdam.nl/bbq/
Wat leg je erop als je weinig ruimte hebt?
Op een klein rooster wil je gerechten die qua tijd én ruimte slim zijn. Ik kies vaak voor één centraal stuk vlees plus iets kleins erbij. Denk aan een mooie procureur voor pulled pork (die ligt ‘m urenlang stil in de hoek), of een picanha die je in 1 uur 30 minuten van rauw naar perfect brengt. Daar combineer ik dan wat gegrilde groente of een paar maiskolven naast.
Het mooie aan barbecueën is dat je in principe nooit hetzelfde hoeft te maken. Ik heb tussen alle BBQ recepten op mijn site bewust een ruime selectie staan die ook prima werkt op een klein rooster. Van shotgun shells tot moink balls tot een hele teriyaki steak sandwich. Stuk voor stuk dingen die je met drie of vier mensen op zaterdagavond zo wegtikt.
Drie stadse BBQ-tips uit eigen ervaring
Een: werk met een kernthermometer. In een kleine ruimte heb je geen tijd om je vlees kapot te bakken; gokken hoort niet bij goed barbecueën. Twee: bereid alles voor in de keuken. Marinade, rub, saus, alles klaar voordat je het vuur aansteekt. Drie: hou rekening met geur. Kies houtsnippers met een milde rook (kers, appel) als je dicht bij ramen of buren zit, en bewaar dat stevige hickory-hout voor in de polder.
Wil je dieper duiken in technieken, recepten of gewoon eens een avond door recepten scrollen? Kijk dan eens rond bij Turn Don’t Burn. Daar deel ik alles wat ik in de loop der jaren heb opgebouwd aan de barbecue. Niet uit een boekje, maar in de praktijk.
Veel plezier op je dak, terras of balkon. En als je iets maakt, tag me gerust, ik vind het altijd tof om te zien hoe Amsterdammers hun stukje stad omtoveren tot een mini smokehouse.
Groeten,
Bart van Turn Don’t Burn

