• Home
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Bijna €32 mln naar Almere en Lelystad kan leraren uit Amsterdam aantrekken
  • februari 9, 2026

Bijna 32 miljoen euro gaat naar plannen om het lerarentekort in Almere en Lelystad terug te dringen. Dat raakt ook Amsterdam, waar scholen al jaren te weinig leraren hebben. Het nieuws kwam deze week naar buiten en zet de regionale onderwijsmarkt in beweging. Het stadsbestuur en schoolbesturen in onder meer Nieuw-West en Zuidoost volgen de gevolgen voor hun teams en leerlingen.

Effect op Amsterdamse scholen

Extra geld in buurgemeenten kan leraren aantrekken die nu in Amsterdam werken of willen werken. Scholen in stadsdelen als Noord en Nieuw-West zijn daarom alert op verschuivingen in werving en behoud. Besturen kijken scherper naar contractduur, begeleiding voor starters en werkdrukverlaging om personeel vast te houden.

Bijna 32 miljoen euro voor leraren in Almere en Lelystad.

De grens tussen steden is in de praktijk dun. Veel leerkrachten reizen nu al dagelijks tussen Almere, Lelystad en Amsterdam. Als salarissen gelijk blijven, gaan secundaire voorwaarden zwaarder meewegen, zoals mentorschap, professionaliseringstijd en het rooster.

Voor ouders in de hoofdstad blijft het belangrijkste risico lesuitval of grotere klassen. Scholen in Zuidoost en West geven aan dat invalpools onder druk staan. Een deel van de inzet gaat daarom naar vaste formatie en het verminderen van de afhankelijkheid van tijdelijke krachten.

Lerarenmarkt in de MRA

Amsterdam vormt met Almere en Lelystad de Metropoolregio Amsterdam (MRA), een netwerk van gemeenten die economisch en sociaal sterk met elkaar verbonden zijn. De arbeidsmarkt voor leraren werkt daardoor regionaal. Vacatures in de ene stad hebben effect op de bezetting in de andere.

Schoolbesturen gebruiken steeds vaker gezamenlijke werving, zoals regionale banenmarkten en zij-instroomtrajecten. Dat helpt om nieuwe mensen het onderwijs in te krijgen, ook zonder traditionele pabo-achtergrond. De vraag blijft echter groter dan het aanbod, vooral in het basisonderwijs.

Opleidingen in de regio, zoals pabo’s in Amsterdam en Almere, spelen hierbij een sleutelrol. Meer stageplaatsen in Amsterdamse scholen kunnen starters binden aan de stad. Tegelijk kan extra begeleiding in Almere en Lelystad aantrekkelijk zijn voor dezelfde groep.

Aanpak van de gemeente

De gemeente Amsterdam werkt al langer aan het terugdringen van het lerarentekort. Denk aan steun voor zij-instroom, betere begeleiding voor startende leraren en het verlagen van werkdruk via extra onderwijsassistenten. Het college van B en W zet daarnaast in op het binden van talent aan scholen in kwetsbare wijken.

Wethouder Onderwijs Marjolein Moorman (op het moment van schrijven) benadrukt vaak het belang van kansengelijkheid. Achterstanden lopen sneller op bij een tekort aan vaste leraren. Daarom ligt de focus op continuïteit in de klas, vooral in Zuidoost, Nieuw-West en Noord.

De gemeentelijke diensten werken samen met schoolbesturen om gegevens over vacatures, vervanging en lesuitval te delen. Zo kan sneller worden bijgestuurd waar drukpunten ontstaan. Het doel is minder noodgrepen en meer structurele oplossingen.

Reistijd en huisvesting leraren

Reistijd speelt een grote rol in waar leraren kiezen te werken. De trein tussen Amsterdam en Almere doet er vaak minder dan een half uur over, maar overstappen en onregelmatige roosters maken de keuze complex. Een school dicht bij huis weegt dan al snel zwaarder.

Ook huisvesting is cruciaal. De hoofdstad is duur, wat het lastig maakt voor starters om zich hier te vestigen. Buurgemeenten met lagere woonlasten kunnen daardoor aantrekkelijk zijn, zeker wanneer scholen extra begeleiding of ontwikkeltijd bieden.

Amsterdam onderzoekt al langer manieren om cruciale beroepen, zoals leraren, beter aan betaalbare woningen te helpen. Dat gebeurt via afspraken met woningcorporaties en projecten met middensegmentwoningen. Dergelijke maatregelen zijn geen snelle oplossing, maar kunnen op termijn vertrek tegengaan.

Gevolgen per stadsdeel

In Zuidoost en Nieuw-West is de personeelsdruk het hoogst, geven schoolleiders aan. Vacatures blijven daar vaak langer open, wat de werkdruk vergroot. Extra wervingsacties richten zich daarom specifiek op deze wijken.

In Noord en West ligt de nadruk op behoud van teams. Dat betekent ruimte voor scholing, coaching en duo-banen om de werkweek hanteerbaar te houden. Scholen proberen roosters stabiel te houden, zodat leerlingen minder leswisselingen ervaren.

Centrum en Zuid ervaren gemiddeld minder leegstand, maar ook daar is de arbeidsmarkt krap. Internationale instroom en tweetalig onderwijs vragen om specifieke profielen. Schoolbesturen in deze stadsdelen delen expertise met collega’s elders in de stad, zodat succesvolle aanpakken breder inzetbaar zijn.

  • Ouders kunnen bij hun school navragen hoe vervanging en lesuitval worden opgevangen.
  • Leraren en zij-instromers vinden regionale vacatures via gezamenlijke wervingssites.
  • De gemeente publiceert updates over de aanpak van het lerarentekort op het stedelijk onderwijsportaal.
{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>