• Home
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Ekow Nimako bouwt Afrika van Lego en trekt aandacht in Zuidoost en Oost
  • november 8, 2025

De Ghanaans-Canadese kunstenaar Ekow Nimako bouwt futuristische Afrikaanse steden van zwarte Lego-stenen. Zijn werk krijgt nieuwe aandacht en zet in Amsterdam de discussie aan over wat ‘echte’ beeldende kunst is. Musea en instellingen in stadsdelen Zuidoost en Oost kijken hoe dit verhaal nieuwe bezoekers kan trekken. Dit past bij de cultuurnota Amsterdam 2025, die inzet op inclusie en nieuwe makers in de stad.

Afrofuturisme groeit in de stad

Nimako’s beelden laten een futuristisch Afrika zien met stadsgezichten, rituelen en helden, allemaal in Lego. Deze verbeelding sluit aan bij afrofuturisme, een stroming die het verleden en de toekomst van de Afrikaanse diaspora samenbrengt. In Amsterdam is daarvoor aandacht bij instellingen die werken met erfgoed en design. Wereldmuseum Amsterdam in Oost, dat wereldwijd erfgoed toont, en OSCAM in Zuidoost, dat focust op mode, kunst en design, bereiken juist dit publiek.

Het gesprek gaat niet alleen over thema’s, maar ook over materiaal. Lego wordt door sommigen gezien als speelgoed, terwijl kunstenaars het gebruiken als serieus medium. Die spanning maakt het interessant voor musea op het Museumplein, zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, dat vaker grenzen opzoekt tussen kunst en design. Zo ontstaat ruimte voor nieuwe verhalen in de hoofdstad.

Voor bewoners betekent dit dat herkenning en verbeelding dichterbij komen. In Zuidoost, waar veel Amsterdammers met Afrikaanse roots wonen, is de behoefte aan zichtbaarheid groot. Tentoonstellingen rond afrofuturisme kunnen daar nieuwe bezoekers aanspreken. Ze bieden ook een ingang voor jongeren die het museum nog weinig kennen.

Musea verbreden hun makerspubliek

Het stadsbestuur wil dat meer makers en verhalen in de Amsterdamse zalen te zien zijn. De gemeente en het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK), dat subsidies voor kunst en cultuur verdeelt, sturen op diversiteit in publiek én makers. Op het moment van schrijven bereiden instellingen hun plannen voor 2025-2028 verder uit. Nieuwe materialen, zoals lego, textiel of digitale media, passen in die koers.

Curatoren in de stad kijken daarom breder naar samenwerkingen en presentaties. Kleine instellingen in de wijken kunnen experimenteren met makers die buiten de klassieke beeldhouwtraditie vallen. Grote musea kunnen vervolgens opschalen met grotere zalen en publieksprogramma’s. Zo ontstaat een keten van atelier tot museumzaal.

Belangrijk is wel de praktische kant. Zalen moeten veilig zijn en werken moeten goed verzekerd worden. Ook transport en montage vragen vakkennis, zeker bij fragiele sculpturen van losse elementen. Dat kost geld en tijd, wat invloed heeft op de programmering.

Maakplaatsen verbinden kunst en jeugd

Nimako’s aanpak laat zien dat je met een bekend materiaal grote kunst kunt maken. Dat sluit aan bij de OBA Maakplaatsen, de makersruimtes in bibliotheken in onder meer Nieuw-West, Noord, Oost en Zuidoost. Jongeren werken daar met techniek, van 3D-printers tot Lego-robotica. Kunst en techniek komen zo op een speelse manier samen.

Onderwijs- en buurtpartners, zoals scholen en Waag Futurelab, gebruiken dit om talent vroeg te ontdekken. Een voorbeeld als Nimako kan helpen om de stap van hobby naar kunst te verbeelden. Workshops rond bouwen, verhalen maken en presenteren zijn laagdrempelig. Ze brengen kinderen en ouders naar plekken waar ook kunst te zien is.

“Ik wil dat mijn werk als ‘echte’ beeldende kunst wordt gezien.” — Ekow Nimako

Voor de gemeente is dit een kans om cultuur en onderwijs te verbinden. Het college van B en W stuurt op gelijke kansen en culturele basisvaardigheden. Door programma’s te koppelen aan tentoonstellingen in de buurt, groeit de betrokkenheid. Dat is goed voor de doorstroom naar theaters, musea en ateliers in de stad.

Zuidoost pakt culturele kansen

In stadsdeel Zuidoost liggen logische aanknopingspunten. OSCAM en CBK Zuidoost bouwen al jaren aan zichtbaarheid van makers uit de buurt en de diaspora. Een programma rond afrofuturisme en bouwen met alledaagse materialen past daarbij. Het kan zowel kunstliefhebbers als families trekken.

Ook ondernemers in en rond Amsterdamse Poort profiteren van meer culturele aanloop. Extra bezoekers zorgen voor levendigheid bij horeca en winkels. Programma’s in de middag en vroege avond spreiden drukte en maken het veilig en toegankelijk. Zo werkt cultuur als aanjager voor het gebied.

Bewoners vragen vooral om herkenning en betaalbaarheid. Korte rondleidingen, meertalig aanbod en kinderactiviteiten helpen daarbij. Buurtcommunicatie via scholen en welzijnsorganisaties bereikt mensen die niet vanzelf naar een museum gaan. Dit is precíes waar lokaal cultuurbeleid verschil kan maken.

Toegang vraagt steun en keuzes

Toegankelijkheid blijft een punt. Met de Stadspas krijgen Amsterdammers met een laag inkomen korting of gratis toegang bij veel instellingen. Het loont als musea rond dit soort programma’s extra pas-acties en familietickets aanbieden. Zo wordt nieuw publiek niet alleen bereikt, maar ook vastgehouden.

Financiering is de andere sleutel. Het AFK kan pilots en samenwerkingen tussen grote en kleine instellingen ondersteunen. Dat beperkt risico’s en vergroot de kwaliteit. Voor reizende tentoonstellingen, zoals die van internationale makers, is cofinanciering bijna altijd nodig.

Voor Amsterdammers betekent dit concreet meer keuze en herkenning in de museumzalen. Voor de stad betekent het een sterker en inclusiever cultureel profiel. En voor jongeren biedt het een nieuw pad: van speelstenen op tafel naar serieuze kunst in de vitrine. Dat is winst voor de hele hoofdstad.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>