Mode-ontwerpers Sjaak Hullekes en Sebastiaan Kramer, het duo achter label Hul le Kes, hebben deze week een landelijke prijs gewonnen voor hun duurzame aanpak. Hun atelier werkt met tweedehands textiel en reparatie in plaats van nieuwe stoffen. De waardering valt op een moment dat Amsterdam sterker inzet op circulaire mode en minder afval. Voor lokale makers en winkels kan de prijs extra aandacht opleveren voor hergebruik en vakmanschap.
Hul le Kes wint duurzame modeprijs
Het label Hul le Kes krijgt erkenning voor kleding die is gemaakt van afgedankte materialen. De ontwerpers kiezen voor herstel, hergebruik en kleine series. Zo krijgt textiel dat anders bij het afval belandt, een tweede leven. De prijs onderstreept dat dit model ook bedrijfsmatig kan werken.
De benadering verschilt van ‘fast fashion’, waar snel en goedkoop produceren centraal staat. Bij Hul le Kes draait het om kwaliteit en de levensduur van kleding. Dat spreekt consumenten aan die bewust willen kopen. Het maakt de keuze voor repareren en doorgeven aantrekkelijker.
“Wat bij ons hangt, is eerder weggegooid.”
De aandacht voor het label kan ook andere makers inspireren. Meer ontwerpers en ateliers durven dan met reststromen te werken. Dat vergroot de vraag naar lokale vaklui, van coupeuses tot textielreparateurs. Het geeft een impuls aan circulaire bedrijvigheid in en rond de hoofdstad.
Gemeente Amsterdam stuurt op circulair textiel
De gemeente Amsterdam wil het gebruik van nieuwe grondstoffen halveren in 2030 en in 2050 volledig circulair zijn. Textiel is daarbij een grote stroom. De stad stimuleert hergebruik via inzameling, sortering en samenwerking met sociale ondernemingen. Dat vermindert afval en creëert werk.
Wethouder Zita Pels (GroenLinks), verantwoordelijk voor Circulaire Economie en Kunst en Cultuur op het moment van schrijven, zet in op praktische stappen. Denk aan betere scheiding van textiel en meer bewustwording bij bewoners. Ook ondernemers krijgen hulp via netwerken en programma’s. Zo groeit een markt voor reparatie, verhuur en tweedehands.
Amsterdam werkt hiervoor samen met kringloopwinkels en maatschappelijke partners. Zij zorgen dat bruikbare kleding niet verdwijnt in de verbrandingsoven. Door goede selectie blijft de kwaliteit hoog. Dat maakt tweedehands kopen eenvoudiger en betrouwbaarder.
Voor mode-ondernemers biedt dit nieuwe kansen. Wie inzet op herstel of restmateriaal, kan makkelijker klanten vinden. De prijs voor Hul le Kes laat zien dat die richting levensvatbaar is. Dat helpt ook starters en kleine ateliers in de stad.
Kansen voor winkels in De Pijp
Winkels in De Pijp en de Negen Straatjes merken een groeiende vraag naar reparatie en tweedehands. Zij kunnen diensten toevoegen: verstelwerk, op maat maken of kleding ruilen. Zo blijft kleding langer in gebruik. Dat levert vaste klanten en extra omzet op.
Boetieks die reststoffen verwerken, vallen op door uniek aanbod. Een jas of jurk van hergebruikte stof is één van een beperkt aantal. Dat past bij het karakter van deze buurten met veel kleine ondernemers. Het vergroot ook de zichtbaarheid van vakmanschap.
Bewoners profiteren van meer keus dicht bij huis. Een naaiatelier of reparatiebalie om de hoek verlaagt de drempel om te herstellen. Daardoor belandt minder textiel op straat of bij het restafval. De openbare ruimte blijft schoner en containers raken minder snel overvol.
De Pijp ligt in stadsdeel Zuid; een stadsdeel is een bestuurlijke wijk van de gemeente. Ook in Amsterdam-West en Amsterdam-Oost groeit het aantal plekken voor reparatie en doorverkoop. Dat maakt de overstap naar bewuster kopen makkelijker. Winkeliers kunnen hier actief op inspelen.
Amsterdamse makers zoeken reststromen lokaal
Makers in de stad gebruiken steeds vaker reststromen, zoals interieurstoffen, bedrijfskleding of overproductie. Dat scheelt grondstoffen en kosten. Het vergt wel goede selectie en schoon materiaal. Kennis delen tussen ateliers helpt om die stap te zetten.
Creatieve werkplaatsen in onder meer Amsterdam-West bieden ruimte aan textielondernemers. Daar ontstaat samenwerking rond inkoop, snijden en repareren. Zo gaan materiaal en kennis niet verloren. Het netwerk groeit mee met de vraag naar circulaire mode.
Ook inzamelpartners spelen een rol. Zij houden bruikbare kleding apart en leveren geschikte stoffen. Daardoor kunnen ontwerpers sneller en zekerder produceren met hergebruik. Dat verkleint de afstand tussen aanbod en vraag in de regio.
De erkenning voor Hul le Kes kan dit versnellen. Meer zichtbaarheid trekt nieuwe klanten en investeerders. Dat is gunstig voor de hele keten, van inzameling tot verkoop. De hoofdstad kan daarmee een voorbeeldfunctie pakken.
Zo doe je als Amsterdammer mee
Breng schone, droge kleding naar de textielcontainer of een kringloopwinkel. Laat kapotte ritsen of naden repareren bij een lokaal atelier. Koop tweedehands, huur voor een speciale gelegenheid of ruil kleding. Zo bespaar je geld en grondstoffen.
In elk stadsdeel zijn Repair Cafés en buurtwerkplaatsen actief. Vrijwilligers helpen met eenvoudige herstelklussen. Je leert er ook zelf repareren. Dat verlengt de levensduur van je garderobe.
In Amsterdam-Centrum organiseert Pakhuis de Zwijger regelmatig bijeenkomsten over circulaire kleding. Makers, studenten en bewoners delen daar ideeën en oplossingen. Zo ontstaan nieuwe samenwerkingen. Dat maakt duurzaam kiezen makkelijker én leuker.
De prijs voor Hul le Kes laat zien dat hergebruik en vakmanschap winnen aan kracht. Voor de Amsterdamse mode is dat goed nieuws. Het bevestigt een omslag waar de stad al op inzet. En het biedt concrete handvatten voor winkels en bewoners om mee te doen.

