Lex Uiting keert onverwacht terug naar Venlo. De presentator en zanger werkte jarenlang in de Randstad en trad ook in Amsterdam op. Hij maakt de stap nu, vanuit persoonlijke overwegingen. In de hoofdstad kijken podia als Paradiso en Melkweg en het Amsterdams Fonds voor de Kunst naar wat dit soort keuzes betekenen voor de stad.
Mediafiguur verlaat de hoofdstad
De terugkeer van Lex Uiting naar Venlo markeert een nieuwe fase in zijn loopbaan. Hij was veel te zien en te horen in landelijke media, met Amsterdam als belangrijke werkplek. Voor fans in de hoofdstad verandert er op korte termijn weinig. Optredens en mediaoptredens worden meestal ruim van tevoren gepland.
Toch laat de stap zien hoe mobiel de culturele sector is. Veel makers wonen buiten Amsterdam en reizen voor werk naar de stad. Dat geldt voor presentatoren, muzikanten en technici. De hoofdstad blijft daarbij een belangrijk podium en ontmoetingsplek.
“Voor makers is betaalbare ruimte essentieel om in Amsterdam te blijven.”
Impact op Amsterdamse podia
Voor Amsterdamse zalen lijkt de impact beperkt. Paradiso en Melkweg in stadsdeel Centrum, maar ook AFAS Live in Zuidoost, boeken artiesten ruim vooruit. Een woonplaats buiten de stad is daarbij geen uitzondering. Programmeurs kijken vooral naar beschikbaarheid, publiek en logistiek.
Wel kan spontane deelname aan liveprogramma’s in de hoofdstad lastiger worden. Denk aan talkshows, debatten of lastminute gastoptredens. Reistijd telt dan mee. Producenten houden daarom vaker een hybride optie achter de hand, zoals een bijdrage via video.
Ondernemers rond het Leidseplein en de ArenA-boulevard mikken ondertussen op een stabiele evenementenkalender. Het publiek komt voor de programmering, niet voor de woonplaats van de artiest. De verwachting is dat de kaartverkoop hierdoor niet verandert. Voor Amsterdamse podia blijft de focus op een breed en inclusief aanbod.
Reistijd en duurzaam vervoer
Als makers verder van Amsterdam wonen, verandert het reispatroon. De gemeente zet in op duurzaam vervoer in de stad. Dat betekent: trein, metro en fiets waar mogelijk. Dat past bij de bredere klimaatdoelen van het stadsbestuur.
Reizen tussen Venlo en Amsterdam vraagt planning en tijd. Voor avondshows of vroege radio is dat een factor. Hierdoor worden draaidagen en repetities strakker georganiseerd. Producties in de hoofdstad stemmen dit af met agenten en tourmanagers.
Amsterdam Centraal en station Bijlmer ArenA zijn belangrijke knooppunten voor zalen in Centrum en Zuidoost. Binnen de stad zorgt het GVB voor metro, tram en nachtbus. Dat maakt laat eindigende shows bereikbaar. De logistiek blijft dus uitvoerbaar, maar minder ad hoc.
Woningmarkt drukt makers weg
De stap van Uiting raakt ook aan een breder Amsterdams thema: de woningmarkt. Veel makers vinden moeilijk betaalbare woon- en werkruimte in de hoofdstad. Dat duwt talent naar omliggende regio’s. De creativiteit blijft, maar verspreidt zich.
De gemeente probeert dit te verzachten met het Broedplaatsenprogramma. Broedplaatsen zijn betaalbare werkplekken voor makers, vaak in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Ze bieden ateliers, repetitieruimtes en kleinschalige podia. Het doel is dat talent in of nabij Amsterdam kan blijven werken.
Toch is de vraag groter dan het aanbod. Wachtlijsten groeien en tijdelijke panden verdwijnen door herontwikkeling. Makers kiezen dan voor buiten de stad, met behoud van een Amsterdams netwerk. Dat verandert de manier waarop de sector samenwerkt.
Gemeente borgt cultuur en talent
Met het Kunstenplan 2025-2028 ondersteunt het Amsterdams Fonds voor de Kunst instellingen en makers meerjarig. Zo wil de hoofdstad een stabiele basis bieden, ook als makers elders wonen. Wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani (op het moment van schrijven) benadrukt daarbij talentontwikkeling en eerlijke betaling. Dat moet de sector aantrekkelijk en professioneel houden.
Het stadsbestuur stuurt ook op spreiding over stadsdelen. Noord, Nieuw-West en Zuidoost krijgen meer podia en oefenruimtes. Locaties rond de NDSM-werf, Westergas en de ArenA-zone groeien door. Zo kan cultuur dichtbij publiek komen, buiten het Centrum.
De les uit deze verhuizing is praktisch: houd makers verbonden met Amsterdam, waar ze ook wonen. Dat kan via residenties, coproducties en vaste repetitiedagen in de stad. Hybride werken, met repetities online en shows live, helpt daarbij. Zo blijft Amsterdam dé plek waar cultuur samenkomt.

