Steeds meer mensen slapen op straat in Amsterdam, vooral rond Centraal Station en op pleinen in het stadsdeel Centrum. De gemeente en hulporganisaties zoals GGD Amsterdam, HVO-Querido en het Leger des Heils zien de toename deze winter en in het vroege voorjaar. Zij breiden de opvang en begeleiding uit om overlast te voorkomen en mensen sneller te helpen. De stijging komt door problemen op de woningmarkt, psychische nood en arbeidsmigranten die hun werk en onderdak verliezen.
Meer daklozen zichtbaar centrum
In en rond het stationsgebied van Amsterdam Centraal, op het Leidseplein en bij het Museumplein slapen meer mensen buiten. Winkeliers en horecaondernemers melden vaker beddenrolletjes in portieken en drukte bij openbare toiletten. Stadsdeel Centrum zet extra schoonmaakrondes en straatcoaches in om de situatie beheersbaar te houden.
Ook in De Pijp, Oud-West en delen van Oost geven bewoners aan vaker slapende mensen in parken en onder viaducten te zien. De politie en handhaving werken daar samen met het Meldpunt Zorg en Overlast van de GGD om hulp te bieden. Doel is om mensen niet weg te sturen, maar naar zorg en opvang te leiden.
Bij koud weer opent de gemeente extra nachtopvang. De winterkoudeopvang is laagdrempelig en bedoeld om levensgevaarlijke situaties te voorkomen. Dit gebeurt naast de reguliere maatschappelijke opvang, die het hele jaar draait.
De winterkoudeopvang gaat open voor iedereen zodra het in Amsterdam langdurig (gevoelstemperatuur) vriest.
Oorzaken lopen door elkaar
De redenen waarom mensen op straat belanden, verschillen per persoon. Een deel is Amsterdammer die een woning of kamer verloor door huurachterstand, scheiding of schulden. Anderen kampen met psychische problemen of verslaving en wachten op behandeling of beschermd wonen.
Er zijn ook EU-arbeidsmigranten die hun baan en daarmee hun logies kwijtraken. Zonder inkomen kunnen zij geen nieuwe kamer vinden in de krappe woningmarkt van de hoofdstad. Zij stranden dan soms rond stations of in parken van Nieuw-West en Zuidoost.
Verder zijn er ongedocumenteerde mensen en afgewezen asielzoekers. Voor hen heeft de stad samen met het Rijk een voorziening opgezet met opvang en begeleiding richting een oplossing. Die regeling heet de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) en biedt tijd om aan een duurzaam perspectief te werken.
Gemeente versterkt opvangbeleid
Het stadsbestuur werkt aan extra bedden in de maatschappelijke opvang en meer 24-uursplekken met begeleiding. Wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken, op het moment van schrijven) en wethouder Alexander Scholtes (Zorg, op het moment van schrijven) sturen op snellere instroom naar opvang en uitstroom naar woonplekken. Daarbij hoort ook schuldhulp via de Dienst Werk en Inkomen.
De GGD Amsterdam en zorgpartners zoals HVO-Querido en het Leger des Heils breiden dagopvang en veldwerk uit. Straatteams gaan gericht langs plekken waar mensen slapen om contact te leggen. Zo proberen zij medische zorg te regelen en papieren, inkomen en onderdak op orde te krijgen.
Daarnaast maakt de gemeente met woningcorporaties in stadsdelen als Noord, Nieuw-West en Zuidoost afspraken over doorstroomwoningen. Dit zijn kleine, betaalbare woningen met begeleiding voor wie uit de opvang komt. Hoe sneller iemand doorstroomt, hoe meer opvangplekken er vrijkomen voor nieuwe noodgevallen.
Hulp voor EU-arbeidsmigranten
Een groeiende groep op straat bestaat uit EU-burgers die tijdelijk in Amsterdam werkten. Als hun contract stopt, verliezen ze vaak tegelijk hun bed in het logies van het uitzendbureau. Zonder netwerk raken zij snel tussen wal en schip.
De gemeente biedt deze groep basisopvang bij koude en verwijst naar werk- en terugkeeradvies. Er is samenwerking met vakbonden, consulaten en het Meldpunt Arbeidsuitbuiting om misstanden bij huisvesting en loon aan te pakken. Zo wil de stad voorkomen dat mensen opnieuw buiten belanden.
Voor deze groep geldt dat recht op langdurige opvang afhangt van werk en verblijfsstatus. Hulpverleners leggen dit uit en zoeken samen naar oplossingen, zoals ander werk, terugkeer of bemiddeling naar opvang in de eigen regio. Zo blijft de druk op de Amsterdamse nachtopvang beheersbaar.
Reacties uit de buurten
Bewoners in Centrum en Oud-West vragen om meer zichtbare zorg en minder rommel op straat. Ondernemers rond de Wallen en het Leidseplein klagen over toegenomen overlast in portieken. Tegelijkertijd organiseren buurtgroepen in Oost en Noord inzamelacties voor sokken en slaapzakken.
Stadsdeelbesturen zetten in op schoon, heel en veilig, maar benadrukken dat zorg voorop staat. Handhaving werkt daarom samen met straatverpleging en maatschappelijke opvang. Waar mogelijk krijgen mensen een bed, douche en hulp; bij overlast gelden de gewone regels.
Buurtteams Amsterdam, die inwoners helpen met geld, werk en zorg, zien meer vragen over dreigende huisuitzetting. Zij proberen huisbazen en huurders aan tafel te krijgen om afspraken te maken. Vroege hulp voorkomt dat mensen dakloos worden en op straat belanden.
Wat betekent dit voor u
Wie iemand op straat ziet die hulp nodig heeft, kan dit melden bij het Meldpunt Zorg en Overlast via 14 020. Bij acute nood of gevaar: bel 112. Voor niet-spoedeisende overlast in de openbare ruimte kan een melding worden gedaan bij de gemeente.
Mensen die zelf dakloos dreigen te raken, kunnen terecht bij Buurtteam Amsterdam en de Dienst Werk en Inkomen. Zij helpen met schulden, inkomen, en het aanvragen van noodopvang. Opvanglocaties en openingstijden bij koude worden door de gemeente tijdig bekendgemaakt.
Het stadsbestuur roept bewoners en ondernemers op om signalen te delen en geen tentjes of bedden in portieken te laten staan. Zo blijft de openbare ruimte toegankelijk. Tegelijk zet de hoofdstad in op meer opvang, zorg en woonplekken om het probleem bij de bron aan te pakken.

