• Home
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Nico (68) vangt ratten met fretten in Amsterdamse tuinen, geen kruipruimtes
  • april 13, 2026

Nico (68) vangt ratten met zijn fretten in de hoofdstad. De rattenvanger werkt in tuinen, erven en schuren in verschillende buurten van Amsterdam. Aan kruipruimtes begint hij niet, zegt hij. Met deze aanpak wil hij rattenoverlast in Amsterdam snel en diervriendelijk beperken.

Rattenmeldingen in alle Amsterdamse stadsdelen

Ratten worden in de stad vooral gezien in binnentuinen, parken en langs het water. Bewoners kunnen overlast melden bij de Gemeente Amsterdam via 14 020 of het online meldpunt. Zo krijgt de gemeente zicht op plekken waar extra actie nodig is.

Overlast komt voor in alle stadsdelen, van Amsterdam-Noord tot Zuidoost. Een stadsdeel is een deel van de gemeente met een eigen dagelijks bestuur voor buurtzaken. De combinatie van voedsel op straat, dichte bebouwing en veel water maakt de stad aantrekkelijk voor ratten.

Ratten vinden eten in rondslingerende zakken, kapotte containers en gevoerd brood voor vogels. Ook bouwplaatsen en achterpaden met gaten in de grond bieden schuilplekken. Minder rommel en goed afgesloten afval helpen direct om kolonies klein te houden.

Fretten jagen waar gif niet helpt

Nico is gespecialiseerd in het inzetten van fretten bij rattenplagen. De dieren jagen door gangen en holen, waardoor ratten hun schuilplaats verlaten. Het werk gebeurt met netten en vangmiddelen, zonder chemische bestrijdingsmiddelen.

De methode is bedoeld voor plekken met open grond, zoals tuinen en slootkanten. Ook in schuren en stallen kan het effectief zijn. In dichtgemetselde of moeilijk bereikbare ruimtes is de kans op succes kleiner.

Uit veiligheid en dierenwelzijn wordt in kleine, onoverzichtelijke ruimtes niet gewerkt. In kruipruimtes kunnen leidingen, isolatie en smalle doorgangen risico’s geven. Daar kiest een bestrijder eerder voor andere technieken, zoals klemmen of wering.

‘Aan kruipruimtes begin ik niet.’ — Nico (68), rattenvanger met fretten

Gemeente Amsterdam wijst op hygiëne en melden

De Gemeente Amsterdam zet in op ‘integraal plaagdierbeheer’ (IPM): eerst voorkomen en opruimen, dan pas bestrijden. Denk aan dichtmaken van kieren en gaten, schone opslag van etenswaren en het snel verwijderen van afval. Chemisch gif is op het moment van schrijven alleen toegestaan voor gecertificeerde professionals.

De gemeente raadt af om vogels te voeren, omdat dit ook ratten aantrekt. Sluit afvalcontainers goed en bied grofvuil alleen op de juiste tijden aan. Ondernemers in de horeca kunnen boetes krijgen als afvalopslag niet op orde is.

Bewoners kunnen overlast melden via 14 020 of het online meldsysteem van de gemeente. Bij huurwoningen is ook de verhuurder verantwoordelijk voor een veilige woonomgeving. In portieken en gedeelde tuinen helpt een gezamenlijke aanpak binnen de VvE of met buren.

Wat bewoners nu zelf kunnen doen

Ruim etensresten direct op en laat geen zakken naast containers staan. Dicht kleine openingen met staalwol of een fijnmazig rooster, vooral rond leidingen en onder deuren. Plaats vogelvoer en diervoer niet buiten, ook niet ‘voor even’.

Controleer tuinen op holen en losse stapels hout of puin. Snoei bodembedekkers waar ratten onder kunnen schuilen. Langs waterkanten helpt een stevig gaas of tegelrand om graven te beperken.

Is de overlast ernstig of hardnekkig? Schakel dan een gecertificeerde ongediertebestrijder in en stem in een appartementencomplex af met buren of de VvE. Zelf gif strooien is af te raden: het werkt vaak tijdelijk, is risicovol voor huisdieren en valt onder strikte regels.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>