Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) stuurt asielzoekers voor wie geen plek is in aanmeldcentrum Ter Apel naar een sporthal in Gieten, in de Drentse gemeente Aa en Hunze. De tijdelijke noodmaatregel moet voorkomen dat mensen buiten moeten slapen. Dit speelt nu en kan doorwerken naar Amsterdam, waar de gemeente opvang en doorstroom organiseert. De druk ontstaat door het landelijk tekort aan opvangplekken en trage doorstroom naar woningen.
COA verplaatst Ter Apel-overloop naar Gieten
Wanneer het aanmeldcentrum in Ter Apel vol is, wijst het COA een sporthal in Gieten aan als tijdelijke opvanglocatie. Het gaat om noodopvang: kortdurend, basisvoorzieningen en onder toezicht van gemeente en hulpdiensten. Zo wordt voorkomen dat mensen de nacht buiten moeten doorbrengen.
De procedure blijft hetzelfde: registreren in Ter Apel, en bij gebrek aan bedden tijdelijk uitwijken. Zodra er plek is, worden mensen teruggebracht voor verdere intake en eerste opvang. Zo houdt het COA de aanmeldstroom gaande zonder overnachten op straat.
De afstand tussen Ter Apel en Gieten is ongeveer 30 kilometer.
De gemeente Aa en Hunze en de Veiligheidsregio Drenthe coördineren ter plekke. Zij regelen onder meer vervoer, toezicht, catering en medische basiszorg. De inzet is tijdelijk en wordt aangepast aan het aantal aankomsten op het moment van schrijven.
Druk op Ter Apel raakt Amsterdamse opvang
Als Ter Apel volloopt, kan het COA ook andere gemeenten vragen om crisisnoodopvang. Daaronder vallen regelmatig de G4-steden, inclusief Amsterdam. Daardoor kan de vraag naar tijdelijke bedden in de hoofdstad toenemen, zeker als regionale opties beperkt zijn.
Crisisnoodopvang is een korte, noodmaatregel bij een piek in instroom. Het kan gaan om sporthallen, kantoren of andere grote gebouwen, met verblijf van meestal één tot enkele nachten. Deze vorm van opvang is anders dan reguliere COA-locaties en is bedoeld om acute tekorten op te vangen.
In de regio wordt dit afgestemd via de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Gemeente Amsterdam, het COA en partners als de GGD en hulporganisaties spreken daarbij af wat haalbaar en veilig is. Politie Amsterdam blijft inzetbaar voor orde, bereikbaarheid en verkeersstromen rond een locatie als dat nodig is.
De stad heeft de afgelopen jaren ervaring opgedaan met grootschalige, tijdelijke opvang, onder meer voor Oekraïense ontheemden. Die kennis wordt gebruikt als er opnieuw snel geschakeld moet worden. Buurtcommunicatie en bereikbaarheid van voorzieningen horen standaard bij die inzet.
Wethouder Groot Wassink stuurt op doorstroom
Wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) coördineert op het moment van schrijven de opvang van asielzoekers en vluchtelingen in Amsterdam. De inzet van de gemeente is om crisisnoodopvang te beperken door betere doorstroom. Dat betekent: sneller van tijdelijke opvang naar een stabielere plek.
Daarbij is doorstroom van statushouders cruciaal. Een statushouder is iemand die asiel heeft gekregen en recht heeft op huisvesting. Als zij sneller een woning vinden, komen opvangbedden vrij voor nieuwe aankomsten.
De gemeente werkt hiervoor samen met woningcorporaties als Ymere, Rochdale en de Alliantie. Ook wordt gekeken naar tijdelijke huisvesting, zoals transformaties van kantoren of modulaire bouw. De landelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders wordt per halfjaar vastgesteld en stuurt de planning in de stad.
Meer doorstroom zorgt voor minder druk op noodlocaties en op buurten rondom die locaties. Dat geeft rust voor opvangorganisaties en bewoners. Het blijft wel een uitdaging in een krappe woningmarkt als die van Amsterdam.
Spreidingswet verdeelt opvang, ook voor Amsterdam
De Spreidingswet, die sinds 2024 geldt, moet de opvang van asielzoekers eerlijker verdelen over gemeenten. Het Rijk stelt een landelijke opgave vast; provincies verdelen die over gemeenten. Gemeenten leveren vervolgens opvangplekken of alternatieven die meetellen, zoals begeleiding en woningen voor statushouders.
Voor Amsterdam betekent dit dat de gemeente een bijdrage moet leveren die past bij de grootte en mogelijkheden van de stad. De precieze aantallen worden afgestemd met de provincie Noord-Holland en het COA. Daarmee wordt piekdruk op enkele plekken, zoals Ter Apel, verlaagd.
Nieuwe of verlengde locaties vragen soms om een omgevingsvergunning; dat is de toestemming voor bouwen of gebruik die onder de Omgevingswet valt. De gemeente betrekt doorgaans omwonenden met brieven, inloopavonden en online informatie. Zo worden zorgen en praktische punten, zoals parkeren en bereikbaarheid, besproken.
De inzet blijft tijdelijk waar dat kan, en structureel waar dat nodig is. Dit voorkomt telkens wisselende noodmaatregelen. Tegelijk blijft flexibiliteit nodig zolang de instroom schommelt.
Wat bewoners kunnen merken in de stad
Als Amsterdam wordt gevraagd om extra crisisnoodopvang, kan een sporthal of ander groot gebouw tijdelijk worden ingezet. Buurtbewoners krijgen dan bericht over tijden, routes en contactpunten. De gemeente probeert vaste activiteiten te verplaatsen en alternatief aanbod te regelen.
Vrijwilligerswerk en donaties verlopen vaak via organisaties als VluchtelingenWerk Nederland en het Leger des Heils. Zij stemmen af welke hulp nodig en zinvol is. Op de website van de Gemeente Amsterdam staat actuele informatie en aanmeldmogelijkheden.
Voor ondernemers in de buurt kan het tijdelijk iets drukker worden rond een locatie, bijvoorbeeld door busbewegingen bij aankomst en vertrek. De stad werkt met verkeersregelaars en duidelijke looproutes om overlast te beperken. Meldingen kunnen via 14020 of de wijkagent worden doorgegeven.
Amsterdammers die willen weten wat dit voor hun wijk betekent, kunnen de pagina’s van hun stadsdeel raadplegen: Amsterdam-Centrum, Noord, Oost, West, Zuid, Zuidoost, Nieuw-West en Weesp. Daar staat wanneer en waar bijeenkomsten zijn. Updates volgen zodra de vraag naar extra opvang wijzigt.

