De Amsterdamse bloedbank Sanquin presenteert deze week een test op een chip die met één druppel bloed 366 bloedgroepen kan bepalen. Het werk gebeurt op de Sanquin-campus aan de Plesmanlaan in Nieuw‑West. Het doel is om transfusies in Amsterdamse ziekenhuizen sneller en veiliger te maken. Patiënten bij Amsterdam UMC (Zuidoost en Zuid) en OLVG (Oost en West) kunnen hier op termijn voordeel van hebben.
Sneller matchen in ziekenhuizen
De nieuwe chip brengt in korte tijd veel meer bloedkenmerken in kaart dan de huidige standaard. Daardoor kan een patiënt in de hoofdstad sneller een passend zakje bloed krijgen. Dat is belangrijk bij spoed, maar ook bij geplande operaties die nu soms wachten op labuitslagen.
Amsterdamse ziekenhuizen leunen voor hun bloedvoorraad op Sanquin, dat de distributie en veiligheid regelt. Met preciezere matches hoeft minder vaak ‘universeel’ bloed te worden gegeven. Dat spaart schaarse voorraden en verkleint de kans op reacties bij de ontvanger.
Ook de zorglogistiek in de stad kan er rustiger van worden. Minder last-minute wissels verkleinen de druk op OK-planning bij Amsterdam UMC en OLVG. Ambulancediensten en de traumazorg in de regio profiteren van snellere beslissingen in het lab.
Grote waarde voor diverse stad
Amsterdam is een diverse stad, met bewoners uit veel landen en bloedgroepen die wereldwijd niet even vaak voorkomen. Juist die variatie maakt het matchen soms lastig, vooral bij mensen die vaker transfusies nodig hebben. Meer bloedgroepen in beeld geeft dan een betere, persoonlijkere match.
Voor patiënten met bijvoorbeeld sikkelcelziekte, die relatief vaak in Zuidoost wonen, is een nauwkeurige typering extra belangrijk. Zij krijgen geregeld transfusies en lopen meer risico op afweerreacties bij een beperkte match. Een brede test helpt dat risico te verkleinen.
366 bloedgroepen met één druppel bloed
Ook voor zwangere Amsterdammers kan dit verschil maken. Fijnmazige kennis van bloedgroepen verkleint de kans op complicaties bij moeder en kind. Verloskundigenpraktijken in de buurten en de ziekenhuizen kunnen sneller schakelen met het transfusielab.
Pilot met Amsterdamse zorgpartners
Sanquin test de chip in eigen laboratoria in Nieuw‑West en werkt daarbij samen met transfusielabs van Amsterdam UMC en OLVG. Doel is om te laten zien dat de uitslagen betrouwbaar en herhaalbaar zijn. Pas daarna volgt gebruik in de dagelijkse zorg.
Op het moment van schrijven is de test nog niet breed ingevoerd. Eerst is goedkeuring nodig onder de Europese regels voor medische testen (IVD). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op veilige toepassing.
Als de pilot slaagt, starten ziekenhuizen waarschijnlijk met een gefaseerde invoering. Laboranten krijgen scholing en systemen worden aangepast. Het stadsbrede zorgnetwerk kan zo zonder haperen overstappen.
Gevolgen voor donoren Amsterdam
Donoren in Amsterdam-Zuid en Nieuw‑West, waar grote donorcentra staan, kunnen straks preciezer worden getypeerd. Dat helpt Sanquin om bij schaarste gericht te bellen voor een specifieke match. Donoren weten dan beter voor wie hun bloed het verschil maakt.
In buurten met weinig donoren, zoals delen van Noord en Zuidoost, blijft werving belangrijk. De chip lost het tekort aan donors niet op, maar haalt wel meer waarde uit iedere donatie. Sanquin zet daarvoor bestaande spreekuren en mobiele afnamelocaties in.
Privacy blijft vooropstaan. Bloed- en testgegevens worden gecodeerd opgeslagen en niet gedeeld buiten de zorgketen. Donoren krijgen uitleg en toestemming blijft nodig voor extra bepalingen.
Kosten, regels en stadsbeleid
De chip kan op termijn kosten besparen door minder verspilling en minder mismatches. Amsterdamse ziekenhuizen krijgen zo meer grip op voorraden en hoeven minder vaak spoedtransporten te regelen. Dat past bij de bredere zorgtaak om doelmatiger te werken.
Voor introductie zijn investeringen nodig in apparatuur en scholing. Het college van B en W stimuleert de Life Sciences & Health-sector in de stad via de Amsterdam Economic Board. Innovaties die zorg betaalbaar houden sluiten aan bij dat beleid.
Ook duurzaamheid speelt mee. Betere planning betekent minder ritten door de stad en minder gekoeld transport van bloedproducten. Dat past bij de klimaatdoelen van de gemeente Amsterdam en bij schoner verkeer in drukke wijken.
Wat dit betekent voor Amsterdammers
Voor patiënten kan de zorg veiliger en voorspelbaarder worden, van Spoedeisende Hulp tot polikliniek. Voor zorgteams betekent het minder tijdverlies aan zoeken en testen. En voor donoren geeft het meer zicht op de impact van hun bijdrage.
Op het moment van schrijven is nog niet bekend wanneer de chip in alle Amsterdamse ziekenhuizen draait. Wel is duidelijk dat Sanquin en de zorgpartners tempo maken met de eerste toepassingen. De hoofdstad heeft daarmee een technologische voorsprong in handen.
Wie wil helpen, kan zich aanmelden als donor bij Sanquin in Nieuw‑West of een van de andere locaties in de stad. Extra donoren blijven nodig, juist als de test het matchen versnelt. Zo blijft de bloedvoorziening in Amsterdam betrouwbaar en dichtbij.

