Afbeelding door freepic.diller op Magnific
Loop op een dinsdagavond een bruin café in de Pijp of de Jordaan binnen en de kans is groot dat er ergens achterin geklaverjast wordt. Niet als evenement, niet aangekondigd, gewoon omdat het daar al jaren gebeurt.
Naast die oude gewoonte is er de afgelopen tien jaar iets nieuws bijgekomen: cafés met een kast vol moderne bordspellen, uurtarief en iemand die de regels uitlegt. Twee werelden die elkaar in de stad nauwelijks raken, terwijl ze in de kern hetzelfde doen.
Het café als speelruimte is ouder dan je denkt
De combinatie van drank, tafel en spel is in Amsterdam geen recente vondst. Kaart- en dobbelspel hoort al eeuwen bij het herbergwezen, en het is precies het soort alledaagse gewoonte dat zelden in de geschiedenisboeken belandt maar wel in de beeldcollecties.
Wie daar een middag in wil verdwijnen, kan terecht bij de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, dat vijftig kilometer archief beheert plus een historisch-topografische collectie met miljoenen foto's, prenten en tekeningen. Zoek op caféinterieurs en je ziet dezelfde opstelling terugkomen door de decennia heen: kleine tafel, vier stoelen, mensen die naar het midden kijken in plaats van naar elkaar.
Dat is geen romantische observatie maar een praktische. Het meubilair van het bruine café is toevallig het ideale meubilair voor een kaartspel, en dat verklaart een deel van de continuïteit.
Wat de nieuwe spellencafés anders doen
De moderne variant werkt met een ander model. Je betaalt per persoon per uur of neemt een minimale consumptie, er staat een kast met honderden titels, en er loopt personeel rond dat een spel in tien minuten kan uitleggen.
Dat laatste is het hele bedrijfsmodel. Zonder iemand die uitlegt, is een kast met driehonderd dozen decoratie. Met iemand die uitlegt, is het een reden om drie uur te blijven zitten in plaats van één.
Het publiek verschilt bovendien van dat van de klaverjastafel. Jonger, vaker in wisselende samenstelling, en vaker mensen die elkaar nog niet zo goed kennen. Een spel is voor die groep een makkelijker eerste afspraak dan een etentje.
Waarom een spelavond in de stad logisch is
Amsterdam is duur en de woningen zijn klein. Dat zijn de twee factoren die de rest verklaren.
Thuis afspreken met zes mensen is voor veel Amsterdammers praktisch onmogelijk, dus verhuist het sociale leven naar buiten. En omdat uit eten gaan flink is duurder geworden, wint elke formule die drie uur vult zonder dat je drie gangen bestelt.
Een spelavond in een café is precies dat: lang, relatief goedkoop en met een duidelijke reden om te blijven. In een stad waar de gemiddelde avond snel richting de dertig euro loopt, is dat een reëel argument.
Wie er speelt, en wanneer
De twee circuits hebben elk hun eigen ritme. De klaverjastafels draaien op een vaste avond, meestal doordeweeks, en de samenstelling verandert nauwelijks. Wie er zit, zit er al jaren.
De spellencafés draaien juist op wisselende gezelschappen en zitten het volst op donderdag- en zondagavond. Dat zijn de momenten waarop mensen wel weg willen maar geen zin hebben in een late nacht.
Wat beide gemeen hebben is dat ze slecht werken op vrijdag- en zaterdagavond. Te vol, te luid en te veel doorstroom om een partij af te maken.
Wat het kost, en waarom dat uitmaakt
De rekensom is voor veel mensen doorslaggevend. Een spellencafé rekent doorgaans een paar euro per persoon per uur, of werkt met een minimale afname.
Voor drie uur met vier personen kom je daarmee inclusief drankjes ergens uit rond het bedrag van één hoofdgerecht per persoon in een gemiddeld restaurant. Alleen duurt het langer en praat je meer.
In het bruine café is het nog eenvoudiger: je betaalt alleen wat je drinkt. De kaarten liggen achter de bar en kosten niets, wat verklaart waarom die formule twee eeuwen heeft overleefd zonder ooit een verdienmodel te hebben gehad.
Het misverstand over moeilijk doen
Er bestaat een hardnekkig idee dat moderne bordspellen ingewikkeld zijn en dat je er een type voor moet zijn. Dat klopt voor een deel van het aanbod en niet voor het deel waar je mee begint.
De spellen die in cafés het meest worden uitgeleend zijn juist kort en simpel, met regels die in vijf minuten uitgelegd zijn. Het personeel weet precies welke dat zijn, want die staan vooraan in de kast.
Wie zichzelf niet als spelletjesmens beschouwt, kan dus rustig vragen om iets makkelijks. Dat is geen zwaktebod maar de standaardvraag.
De eerste avond is bijna altijd de slechtste
Toch haakt een groot deel van de groepen na één poging af, en de reden is elke keer dezelfde. Er wordt een spel gekozen dat niemand kent, en het eerste uur gaat op aan het uitzoeken hoe het werkt.
Dat is zonde, want het probleem is oplosbaar met vijf minuten voorbereiding. Wie voor de klassiekers vooraf even de Playiro handleidingen doorneemt, komt binnen met de opzet in het hoofd en kan het aan tafel uitleggen in plaats van het samen uit te zoeken. Er is ook een PDF die je op je telefoon kunt openen als er halverwege een discussie ontstaat.
Voor een groep die elkaar net kent, scheelt dat het verschil tussen een gezellige avond en een avond waarop iedereen beleefd op zijn telefoon zit te wachten.
Wat te spelen met wie
Voor een gemengd gezelschap dat elkaar niet goed kent, werken korte spellen met veel beurtwisselingen het beste. Iedereen doet mee, niemand zit lang te wachten en je kunt tussendoor praten.
Met een vaste groep die vaker afspreekt, kan het complexer. Daar is de investering in een langer spel de moeite waard, omdat je hem over meerdere avonden terugverdient.
En in het bruine café blijft klaverjassen om een reden onverslaanbaar: je hebt alleen een pak kaarten nodig, het past op de kleinste tafel, en de helft van de stamgasten kan invallen als er iemand wegvalt.
Waar in de stad
De spellencafés zitten verspreid, met een concentratie rond het centrum en in Oost. De klaverjasavonden zitten juist in de buurtcafés buiten het centrum, vaak op een vaste avond in de week en zelden aangekondigd op internet.
Voor die tweede categorie geldt: gewoon vragen. De meeste van deze groepen zijn niet gesloten, ze zijn alleen niet zichtbaar. Er hangt geen bord aan de deur omdat de mensen die er komen al weten dat het er is.
Een aanrader voor de winter
De maanden waarin dit het beste werkt zijn niet toevallig de maanden waarin het terrasseizoen voorbij is. Vanaf november zit het binnen vol en zoekt iedereen iets te doen dat langer duurt dan een uur.
Wie een groep bij elkaar wil houden door de donkere maanden heen, doet er goed aan een vaste avond te prikken in plaats van steeds opnieuw af te spreken. Dat laatste gebeurt namelijk twee keer en daarna niet meer.

