De Belgisch landschapsarchitect Steven Delva benadrukt dat groen in Amsterdam geen luxe is, maar basisinfrastructuur. Hij werkt vanuit de hoofdstad aan ontwerpen waarin natuur, water en bouwen samenkomen. Die inzet is actueel in stadsdelen als Amsterdam-Oost, Zuid en Noord, waar nieuwe wijken verrijzen en straten worden heringericht. Zijn kernboodschap: plan parken, bomen en waterberging aan de voorkant, niet als sluitpost.
Steven Delva: groen is basisinfrastructuur
Steven Delva is een in België geboren landschapsarchitect met een bureau in Amsterdam. Hij staat voor het idee dat stedelijk groen net zo belangrijk is als wegen, riolering en energie. In zijn visie moet elk bouwproject plek maken voor bodem, water en biodiversiteit. Dat geldt volgens hem zeker in een dichte stad als Amsterdam.
De hoofdstad krijgt te maken met hetere zomers, zwaardere buien en meer verstening. Straten zonder bomen warmen sneller op en lopen eerder onder bij piekregen. Groene oplossingen, zoals schaduwrijke lanen en regenopvang in de openbare ruimte, helpen bewoners en ondernemers direct. Ze maken wijken leefbaar, gezond en aantrekkelijk.
Delva ziet een omslag bij ontwikkelaars en overheden, maar vindt dat het sneller kan. Ontwerpen moeten vanaf dag één uitgaan van de bodem en het water, niet van de parkeerplaats. Hij wijst erop dat dit niet alleen klimaatwinst oplevert, maar ook rustigere straten en betere routes voor voetgangers en fietsers. Dat sluit aan bij de ambities van de gemeente Amsterdam voor een klimaatbestendige stad.
“Groen is niet extra.” — landschapsarchitect Steven Delva
Gemeente Amsterdam stuurt op groen bij bouw
De gemeente Amsterdam vraagt bij nieuwe plannen om meer klimaatadaptief ontwerp. Dat betekent bijvoorbeeld ruimte voor waterberging, koelteplekken en groenblauwe daken. In bestemmingsplannen en bij vergunningen wordt steeds vaker gekeken naar doorlatende verharding en voldoende bomen. Zo verschuift de norm: eerst het landschap, dan de stenen.
Projecten in buurten met veel bouwdruk, zoals de Zuidas (Amsterdam-Zuid) en delen van Amsterdam-Oost, moeten aantonen hoe ze hittestress en wateroverlast beperken. Dat gebeurt met schaduwrijke straten, wadi’s (ondiepe groenzones die regenwater opvangen) en brede stoepen. Ook in Amsterdam-Noord, rond Buiksloterham en langs het IJ, worden kades en pleinen groener ingericht. Dit maakt ruimte voor koelte én ontmoeting.
De Omgevingswet — de landelijke wet die plannen en vergunningen bundelt sinds 2024 — helpt om eisen voor groen en water vast te leggen. Ontwikkelaars weten eerder waar ze aan toe zijn. Voor bewoners is het duidelijker hoe het ontwerp hun straat en plein verandert. Zo ontstaat meer draagvlak voor vergroening in drukke wijken.
Hitte en regen drukken op Oost en Noord
In Amsterdam-Oost zijn straten als de Javastraat en omliggende pleinen dicht en warm op zomerdagen. Extra bomen en kleine parkjes kunnen daar snel verschil maken. Flevopark en Oosterpark geven koelte, maar de aanlooproutes hebben vaak nog weinig schaduw. Gerichte vergroening langs loop- en fietsroutes helpt kwetsbare groepen, zoals ouderen en jonge kinderen.
In Amsterdam-Noord spelen regenpieken een grote rol, vooral in nieuwe, stenige gebieden. Buiksloterham zet al stappen met groene kades en waterdoorlatende materialen. Wadi’s en waterpleinen vangen buien op en geven speelruimte als het droog is. Dit soort dubbelgebruik past bij de beperkte ruimte in de stad.
Waternet, het regionale waterbedrijf, werkt met de gemeente aan slimme afvoer en opslag. Denk aan regenwatervijvers en het loskoppelen van regenwater van het riool. De aanpak vermindert wateroverlast in straten en kelders. Tegelijk houdt meer groen de buurt koeler en stiller.
Bajeskwartier en Zuidas kiezen voor koelte
Rond de Spaklerweg in Amsterdam-Oost wordt het Bajeskwartier stap voor stap een groene stadswijk. Parkachtige binnenruimtes, groene daken en bomen langs routes naar het Amstelstation moeten hittestress beperken. Voor bewoners en bezoekers betekent dat prettigere loop- en fietsroutes op warme dagen. Winkels en horeca profiteren van meer verblijfsruimte en schaduw.
Op de Zuidas, rond de Gustav Mahlerlaan en de Strawinskylaan, groeit de vraag naar koele en aantrekkelijke buitenruimte. Bomenrijen, plantsoenen en waterpartijen maken kantorenwijken menselijker. Ze verbinden ook routes naar Station Amsterdam Zuid met rustige pleinen. Dat sluit aan bij het mobiliteitsbeleid van de gemeente dat lopen en fietsen wil versterken.
Vergroening in dichtbebouwd gebied vraagt om slim stapelen: straatgroen, daktuinen en gevelgroen samen. Beheer is dan cruciaal, zodat planten de hitte en wind kunnen hebben. Met duidelijke afspraken tussen gemeente, ontwikkelaars en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) blijft het groen gezond. Zo blijft de investering ook op lange termijn waardevol.
Beheer en geld: wie doet wat
In Amsterdam ligt het beheer van straatgroen bij de gemeente, vaak uitgevoerd door Stadswerken. Waternet beheert watergangen en werkt mee aan regenprojecten. Daktuinen en binnentuinen zijn meestal voor rekening van VvE’s of corporaties. Heldere taakverdeling voorkomt uitval van beplanting in droge of natte perioden.
De financiering komt uit bouwbudgetten, gemeentelijke middelen en soms subsidies. Programma’s als Amsterdam Rainproof geven advies en stimuleren regenbestendige oplossingen. Ondernemers en bewoners kunnen vaak meedoen met geveltuinen en regentonnen. Kleine ingrepen op stoepniveau maken samen een groot verschil.
Voor wie nu wil vergroenen, zijn er praktische stappen. Check of er subsidie is voor groene daken of tegels-wippen in uw straat. Vraag bij grote projecten in uw wijk hoe groen en water zijn opgenomen in het ontwerp. Zo wordt “groen als basis” zichtbaar op elke hoek, van Amsterdam-Centrum tot Nieuw-West.

