Universiteiten in Amsterdam herstellen de bestuursbeurzen voor het Amsterdamsch Studenten Corps (A.S.C./A.V.S.V.). Bestuurders van het corps kunnen komend collegejaar weer financiële steun krijgen voor hun fulltime bestuurswerk. De maatregel geldt voor studenten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Het besluit volgt na eerder ingrijpen in 2022 vanwege misstanden tijdens introductie-activiteiten in de hoofdstad.
UvA en VU herstellen bestuursbeurzen AVSV
Het College van Bestuur van de UvA en dat van de VU openen de regeling voor bestuursbeurzen opnieuw voor A.S.C./A.V.S.V. Bestuursleden krijgen daarmee weer recht op zogeheten besturenmaanden. Dat zijn maanden financiële ondersteuning voor studenten die door hun bestuurstaken studievertraging oplopen. De universiteiten verbinden hier doorgaans afspraken aan over gedrag en verantwoordelijkheden.
De beurzen waren in 2022 stopgezet na seksistische uitlatingen en grensoverschrijdend gedrag rond introductie-evenementen van het corps. In de periode daarna trof de vereniging interne maatregelen. Denk aan trainingen, een gedragscode en een meldpunt. De instellingen beoordelen nu dat het corps opnieuw in aanmerking kan komen voor steun.
De UvA heeft campussen in Amsterdam-Centrum en Amsterdam-Oost, de VU op de Zuidas in Amsterdam-Zuid. Het besluit raakt dus studenten in meerdere stadsdelen. De heropening van de regeling geldt voor het nieuwe studiejaar. Eventuele nadere voorwaarden worden door de instellingen zelf vastgesteld.
Erkenning van studentencorps keert terug
Toegang tot bestuursbeurzen hangt samen met erkenning binnen de universitaire regeling voor studentenorganisaties. Met de hernieuwde toegang krijgt het corps weer een plek in dat stelsel. Dat maakt het mogelijk om bestuurslasten te dekken zonder extra bijbaan. Zo kunnen bestuurders zich richten op beleid, veiligheid en begeleiding van leden.
Een bestuursbeurs is een vergoeding uit het profileringsfonds van een instelling. Dat fonds ondersteunt studenten die studievertraging oplopen door bijzondere omstandigheden, zoals een bestuursjaar. De uitkering verloopt via besturenmaanden en kent een vast maandbedrag. Voorwaarden en aantallen maanden verschillen per instelling en vereniging.
De UvA en VU delen toekenningen over het algemeen jaarlijks in op basis van aanvragen en prestaties. Daarbij tellen onder meer ledenaantallen en activiteiten mee. De universiteiten leggen ook verantwoordingseisen op, zoals financiële rapportage. Zo blijft zichtbaar waaraan publiek bekostigde middelen worden besteed.
Voorwaarden en toezicht blijven van kracht
Het herstel van steun gaat gepaard met strengere afspraken rond sociale veiligheid. De universiteiten verwachten dat de gedragscode zichtbaar is in het dagelijks handelen. Trainingen voor bestuur en mentoren, een laagdrempelig meldpunt en opvolging van signalen horen daarbij. Ook wordt er tijdens piekmomenten extra toezicht georganiseerd.
De introductieweken in augustus en september blijven een aandachtspunt. Activiteiten moeten veilig en inclusief zijn, met duidelijke grenzen en aanspreekpunten. Alcohol- en evenementenbeleid wordt vooraf afgestemd met de instellingen. Bij nieuwe incidenten kan de steun opnieuw worden ingetrokken.
De afspraken worden jaarlijks geëvalueerd. Daarbij kijken UvA en VU naar cultuurverandering, naleving en meldstructuren. Zo nodig worden maatregelen aangescherpt voor het volgende studiejaar. Transparantie richting studenten en personeel blijft een voorwaarde.
Amsterdamse studentenleven profiteert van besluit
Voor bestuursleden betekent een beurs minder financiële druk en meer tijd voor hun taken. Zij kunnen activiteiten organiseren, begeleiding bieden en werken aan sociale veiligheid binnen de vereniging. Dat komt ook nieuwe eerstejaars ten goede tijdens de introductieperiode. De verwachting is dat continuïteit en kwaliteit van het programma verbeteren.
Het besluit raakt het studentenleven in Amsterdam-Centrum en Amsterdam-Zuid, waar veel activiteiten plaatsvinden. Door stabiliteit in de financiering kan de vereniging beter plannen. Ook kan er eerder worden ingegrepen als iets misgaat. De drempel om hulp te vragen bij incidenten wordt lager als basisvoorwaarden op orde zijn.
Andere Amsterdamse verenigingen, zoals studieverenigingen en sportclubs, werken al jaren met vergelijkbare regelingen. De heropening voor A.S.C./A.V.S.V. past in dat patroon. Zo blijft de verdeling van steun in de stad meer in balans. Studenten krijgen daarmee vergelijkbare kansen, ongeacht het type vereniging.
Gemeente Amsterdam geen partij in besluit
De bestuursbeurzen worden gefinancierd door de UvA en VU en niet door de Gemeente Amsterdam. Het gaat om middelen uit de profileringsfondsen van de instellingen. De gemeente is dus geen formele besluitnemer in deze zaak. Wel is de stad partner op het thema sociale veiligheid in uitgaans- en studentenwijken.
In Amsterdam-Centrum en op de Zuidas in Amsterdam-Zuid werken instellingen en gemeente samen aan veilige evenementen. Denk aan afspraken over handhaving, nachtroutes en meldpunten. Die samenwerking blijft ongewijzigd. Het universiteitsbesluit voegt daar geen extra gemeentelijke taken aan toe.
Voor studenten van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) geldt een eigen regeling. Op het moment van schrijven is onduidelijk of daar iets wijzigt voor corpsbestuurders die aan de HvA staan ingeschreven. Studenten kunnen bij hun instelling navraag doen naar de actuele voorwaarden. Zo voorkomen zij verrassingen bij de aanvraag van beurzen.

