• Home
  • /
  • Nieuws
  • /
  • UvA-student wil accenten normaal maken in Amsterdamse studentenwereld
  • maart 23, 2026

UvA-student Nikola Edelsztejn pleit deze week voor het normaliseren van regionale accenten in het Amsterdamse studentenleven. De oproep richt zich op studentverenigingen, introductieweken en onderwijsinstellingen in de hoofdstad. Doel is een vriendelijker en inclusiever klimaat voor nieuwe studenten uit heel Nederland. Het speelt vooral op campussen als Roeterseiland, Science Park en de Amstelcampus in stadsdeel Centrum en Oost.

Accent mag geen drempel

Veel eerstejaars komen naar Amsterdam met een tongval uit bijvoorbeeld Groningen, Limburg of Twente. In werkgroepen en borrels voelen sommigen zich daardoor bekeken of nagedaan. Dat kan ervoor zorgen dat studenten hun stem aanpassen. Zo gaat er taalrijkdom verloren en voelen mensen zich minder thuis in de stad.

Edelsztejn vraagt om herkenning van dat probleem in het studentenleven. Het gaat niet om correcte taal of grammatica, maar om houding. Een accent is geen fout, maar onderdeel van iemands achtergrond. Dat past bij Amsterdam, waar verschillen juist samenkomen.

Op plekken als Roeterseiland en de Amstelcampus ontmoeten studenten elkaar de hele dag. Juist daar kan een kleine opmerking veel doen. Een grapje over uitspraak lijkt onschuldig, maar kan uitsluiten. Bewustwording helpt om die drempel weg te nemen.

Intro-weken pakken rol

De introducties aan het begin van het studiejaar zetten de toon. Denk aan de Intreeweek van de Universiteit van Amsterdam en de HvA-intro in stadsdeel Oost. Mentoren en crewleden bepalen vaak de sfeer. Een korte training over taal en toon kan daar verschil maken.

Organisaties kunnen eenvoudige afspraken vastleggen. Bijvoorbeeld: geen grapjes over uitspraak op het podium en in introductiegroepen. Laat mentoren actief ruimte maken voor ieders verhaal. Zo voelt een student uit Emmen zich net zo welkom als iemand uit de Jordaan.

Ook in het programma is winst te boeken. Laat bij openingsactiviteiten en rondleidingen meerdere stemmen aan het woord. Kies presentatoren met verschillende achtergronden en accenten. Dat maakt de hoofdstad meteen herkenbaar als inclusieve studentenstad.

Onderwijs scherpt taalbeleid

Universiteit van Amsterdam en Hogeschool van Amsterdam hebben al beleid voor sociale veiligheid en gelijke kansen. Daar kan “accent-bias” expliciet aan worden toegevoegd. Docenten en student-assistenten krijgen toch al trainingen. Een korte module over taal en inclusie past daar logisch bij.

Klachtenloketten en ombudsfuncties kunnen voorbeelden rond accent opnemen. Dat maakt melden laagdrempelig en duidelijk. Leg in de studiegids en op Canvas kort uit wat wel en niet oké is. Eenvoudige taalregels helpen iedereen in de collegezaal.

Ook de communicatie van faculteiten kan meebewegen. Video’s, open dagen en podcasts mogen verschillende tongvallen laten horen. Dat werkt als signaal: je hoeft je stem niet te verbergen. Zo sluit het onderwijs beter aan bij de werkelijkheid van de stad.

Meer dan 100.000 studenten studeren in Amsterdam; taaldiversiteit hoort bij de stad.

Verenigingen geven voorbeeld

Studenten- en studieverenigingen hebben veel invloed op sfeer. Vooral bij borrels, disputen en open podia in stadsdeel Centrum. Besturen kunnen een korte gedragscode invoeren. Daarin staat dat iedereen welkom is, ongeacht accent of afkomst.

Train ceremoniemeesters en commissieleden om alert te zijn op taalgrapjes. Dat kost weinig tijd en kan tijdens de reguliere bestuurswissel. Hang de afspraken zichtbaar op bij sociëteiten en buurthuizen waar activiteiten plaatsvinden. Zo weten leden en gasten meteen waar ze aan toe zijn.

Podia als CREA op het Roeterseiland en de OBA aan het Oosterdok kunnen thema-avonden organiseren. Denk aan slam, debat of storytelling met een mix van tongvallen. Dat vergroot zichtbaarheid en normaliseert verschillen. Het maakt het studentenleven rijker en opener.

Gemeente stimuleert inclusie

De gemeente Amsterdam zet in haar communicatie al in op begrijpelijke taal (B1). Het stadsbestuur kan accentvrijheid koppelen aan dat beleid. Bijvoorbeeld door subsidieregelingen voor inclusieve evenementen in stadsdelen Oost en Centrum. Of door criteria op te nemen in cultuursubsidies via stedelijke fondsen.

Ook wijkpartners kunnen helpen. Buurthuizen, jongerencentra en bibliotheken werken vaak met studenten. Met kleine middelen, zoals posterpakketten en korte workshops, verspreidt de boodschap snel. Zo raakt beleid de dagelijkse praktijk.

Het college van B en W kan onderwijsinstellingen en verenigingen aan één tafel brengen. Spreek samen af wat haalbaar is voor het komende studiejaar. Denk aan een gezamenlijke toolkit met voorbeeldteksten. Dat houdt de drempel laag en de impact groot.

Wat dit Amsterdammers brengt

Een opener studentenklimaat helpt niet alleen nieuwkomers. Het zorgt voor prettige colleges en een betere debatcultuur in de hoofdstad. Mensen durven eerder het woord te nemen. Dat komt het onderwijs en de stad ten goede.

Bewoners en ondernemers merken dat ook. Minder sociale ruis betekent minder misverstanden in winkels, cafés en op straat. In drukke wijken als de Plantagebuurt en De Pijp scheelt dat spanning. Het verbetert de leefbaarheid stap voor stap.

De oproep van Edelsztejn vraagt geen dure maatregelen. Het gaat om houding, kleine trainingen en heldere afspraken. Als onderwijs, verenigingen en gemeente dit samen oppakken, is het snel voelbaar. Zo klinkt Amsterdam nog meer als zichzelf.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>